Zaterdagochtend acht uur. Ik open mijn ogen en ineens weet ik het! De kleur van mijn muur wordt roze! Samen met zoonlief meet ik de enorme bedorven ei-gele muur op waar ik al acht jaar tegen aankijkt. Al acht jaar wil ik een andere kleur maar iedere keer kon ik geen keuze maken tussen het enorme kleurenaanbod in de winkel. Nu wist ik het ineens. Dit past bij mij. Dit hoort bij mij.

Zoonlief zet ik af bij een vriendje om zijn minecraftverslaving te bevredigen. Voordat ie de deur dichtklapt, spreekt ie me nog duidelijk toe: ‘Geen roze he mam!’ Ik mompel wat en rij door naar de Gamma waar alle verfkleuren in de aanbieding zijn. Ik staar naar het enorme aanbod en zie naast me een stelletje druk discussiëren over de juiste kleur. Stiekem grinnik ik, daar heb ik geen last van. Mijn huis, mijn keus, mijn kleur. Ik laat mijn oog vallen op de Lotuskleur. Dat gaat hem worden! Rustgevend lotus, dat hebben we nodig na al die hectische jaren.

Met mijn Lotuskaartje stap ik naar de balie waar een, in mijn ogen nog knulletje, mij enthousiast vraagt hoeveel vierkante meters ik wil gaan verven. Ehm….als ik kon rekenen dan had ik er wel op gerekend toch? Zal ik het gooien op het feit dat ik ineens discalculatie heb? Ik ben eerlijk en zeg dat rekenen niet mijn sterkste kant is. De zijne blijkbaar ook niet want hij kijkt erg moeilijk bij het berekenen van het aantal meters. Ik kijk hem vragend aan wat blijkbaar weer het blauwe-ogen-effect teweeg brengt want hij begint te stotteren en hakkelen alsof ik hem zojuist een huwelijksaanzoek heb gedaan.

Helemaal blij met mijn Lotuskleur sjouw ik mijn veel te zware tien liter emmer richting auto. Het is mijn ontembare ego die weigert hulp te vragen. Thuis is het stil. Behalve de kat, die me vragend aankijkt, is er niemand. Snel schuif ik de eerste meubelstukken aan de kant en begin met een klodder verf. Natuurlijk valt de helft op de grond. Ik denk terug aan de vele huizen die ik gerenoveerd heb en van kleur heb voorzien, onder toeziend oog van perfectionistische vriendjes en schoonvaders. ‘Schorem uit het Westen’ galmt er door mijn hoofd. Eén van de vele vriendelijke mannen in mijn leven. Ik veeg de klodder weg omdat ik het wil niet omdat het moet.

Acht jaar geleden stond ik van de ene op de andere dag op straat. Ik werd door de Rabobank mijn huis uitgezet en had geen idee waar ik terecht zou komen. 30 december kreeg ik de sleutel van dit huis en 1 januari zou ik mijn huis uitgezet worden. Binnen enkele uren was mijn hele inboedel overgezet. De vieze ei-gele muur nam ik voor lief. Maar de vieze ei-gele muur voldoet na acht jaar allang niet meer en gooi een nieuwe klodder lotus tegen de muur.

Het blijft stil in huis. Geen muziek. Geen gesprek. Geen probleem. Ik ben alleen met de storm die in mijn hoofd raast. Halverwege de muur doe ik een stap achteruit. Wat heb ik gedaan? Wilde ik echt deze kleur? De twijfel slaat toe. Ik denk terug aan de woorden die laatst iemand tegen mij zei: ‘Ik weet  niet wat ik wil.’ Ik begrijp hem misschien nu een beetje beter. Ik ga stug door met verven tot ik bij het eind van de lange muur ben. Mijn hoofd is leeg en mijn lichaam doet pijn. Mijn muur is mijn kleur. Lotusroze. Ik ben tevreden.

Straks zullen de kinderen verbaasd thuiskomen. Het is niet de eerste keer dat ze thuiskomen in een huis die ineens verkleurd is. Ik kan lang twijfelen maar ineens weet ik wat ik wil en dan moet het ook gelijk gebeuren. There’s no time like the present. Ik plof naast m’n slapende kat op de bank en geniet van mijn muur. Nu alleen nog dat foeilelijke behang en dan heb ik weer een fris huis. Deze keer hoef ik niet te verhuizen voor een nieuwe start. Deze keer maak ik de nieuwe start in mijn eigen huis. Wie weet, weet de ander ook ineens wat ie wil en is het plaatje weer compleet!

Loading