‘Dennis wordt in Verenigd Koninkrijk één van de zwaarste stormen ooit.‘ Dochterlief tagt me in een bericht op Facebook. Wat moet ik hier nou weer van denken. Misschien was mijn ‘bring it on, bitch‘ van gisteren toch een iets té enthousiaste reactie op de continue modderstroom aan de ellende van deze reis. Sinds vrijdag is het weer steeds slechter geworden maar de caravan staat redelijk beschut achter de Belheuvel. Ik ben omringd door bomen, toch ga ik er van uit dat de heuvels mij bescherming bieden.

De hele avond regent en waait het flink door. Het klinkt wel gezellig. Mijn gashaardje snort knus en ik kijk reruns van Alley McBeal op tv. Pas toen de nacht viel en ik rond één uur wakker schrik van een klap, ben ik direct klaarwakker. Dennis! Ik luister naar de spookgeluiden. In mijn hoofd creëert zich automatisch een doemscenario en een plan. Ha, plan! Ik zou er echt mee moeten stoppen met die plannen. Terwijl ik wat dieper onder de dekens kruip, slaat mijn creatieve brein voor heel even op hol. Bomen die op de caravan vallen, ik kom vast te zitten onder de boom en het dak en het puin, regen sijpelt naar binnen. Ik heb geen telefoonbereik dus ik kan ook niemand bellen om me te redden. Er is verder niemand op het kamp die me kan horen en uiteindelijk zullen ze mijn zielloze lichaam de volgende dag tussen de puinhopen van Dennis vinden. Een tragische dood, gestorven door onderkoeling.

Ik schud even met mijn hoofd. Ik ben altijd wel een kouwelijk persoon maar dit gaat me te ver. Ik pak m’n deken en kussens en vertrek naar de woonkamer. Als er al iets gebeurt, dan heb ik hier meer kans om te ontsnappen. De bank ligt helemaal ruk. Te smal, te hard. Mijn heupkop begint te branden van de pijn. Als ik door het gordijntje naar buiten peek, zie ik niets. Het is overal donker. Het buitenlicht waar ik al vaker wat van heb gezegd is weer kapot. Mijn brein gaat verder met creatieve Hollywood scenes in mijn hoofd af te spelen. Wat als er een verdwaalde, rondvliegende boom op mijn auto valt. Dan kan ik niet meer naar huis. Wat als de caravan omver geblazen wordt of met een modderstroom meegesleurd wordt. Wat als er een koe in mijn woonkamer beland. Mijn tekeningen, waar ik zo hard op heb zitten werken moet ik in veiligheid brengen. Ik spring gelijk van de harde bank. Ik zoek een plekje waar het mij het meest veilig lijkt voor mijn tekeningen en laptop. Ik sta midden in de kamer met mezelf te discussiëren wat de veiligste plek zal zijn.

De tijd tikt langzaam door en uiteindelijk worden de spookgeluiden minder. Ik besluit weer terug te gaan naar bed waar het toch ietsje comfortabeler ligt. Uiteindelijk val ik dan toch nog even in slaap om na twee uurtjes weer wakker te schrikken. Ik ben nog steeds moe. Was ik hier niet gekomen, om even weg te zijn uit alle shit. Even tot rust te komen? Tot nu toe is dat nog niet echt gelukt. Voor heel even trek ik de dekens over mijn hoofd. Maar de nieuwsgierigheid wint het van mijn slaap. Staat mijn caravan nog op dezelfde plek? Staat mijn auto nog voor de deur? Liggen er geen bomen voor de deur en koeien op het dak?

Ik besluit uiteindelijk om op te staan en aan de dag te beginnen. Het is ondertussen licht geworden. Behalve de regen, lijkt alles er normaal uit te zien. Een normale zondagochtend, met een normaal ontbijt  en Dennis? Dennis is hopelijk ondertussen richting Nederland gevlogen en laat mij verder met rust. Ik heb nog voor twee dagen voedselvoorraad in huis, daarna zien we wel weer verder!