Wat hebben we er allemaal naar uitgekeken, de dag dat we 2020 officieel kunnen uitzwaaien omdat het voor zoveel mensen een kak-jaar is geweest. Terwijl ik op deze laatste dag van het jaar ‘s morgens weer enigszins wat leven in mijn lijf voel komen na twee zware migraine aanvallen, denk ik nog even terug aan de laatste curve-ball van vannacht. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. It aint over till the fatlady sings, honey.

Wat was het opnieuw een interessant jaar. Ik blader even terug naar een spinsel van een jaar geleden. Ik had goede voornemens, doelen en ideeën. Ik grinnik om het tweede punt in die blog: “Tolereer geen sh*t meer in je leven“. Ik was goed op weg aan het begin van dit jaar. Ik heb uiteindelijk mijn infuus gekregen, ik ben opgeknapt, ik heb een hoop sh*t opgeruimd en naar de stort gebracht, zowel werktechnisch als sociaal. Mensen die ik persoonlijk verwijderd heb uit mijn leven en nieuwe vrienden die er voor in de plaats kwamen. Een grote carrière-verandering werd nu echt in gang gezet. Naast de drie kinderboeken die ik al had geschreven en gepubliceerd, heb ik in een razend tempo die novel waar iedereen al zo lang op heeft gewacht nu ook geschreven. De volgende stap is op de publiceer-button klikken en dat blijft, ondanks de geweldige recensies die ik ondertussen van proeflezers heb ontvangen, toch eng.

Mijn laatste ZOOM-meeting van dit jaar ging over mijn artwork. Ik had me aangemeld voor een introductiegesprek voor illustratie-coaching. Zoals misschien het gros van ons artiesten bibberend hun werk laat zien, zat ik ook stilletjes gespannen achter mijn computer terwijl zij tijdens onze ZOOM-meeting door mijn werk heen bladerde.
“Wow dit is echt heel goed, echt heel professioneel. Dus je hebt je boeken zelf geschreven, geillustreerd, vormgegeven en uitgegeven?”
Ik knik met een flinke blos op mijn wangen alsof ik een achtjarig schoolmeisje ben, wat van de juf een compliment en een sticker krijgt.
“Je werk is echt heel goed. Vooral die kaarten zijn ook geweldig. Zo goed neergezet. Ik zou bijna niet weten wat we je nog kunnen leren.”
Mijn blos verandert in knalrode wangen en ik zit stom te grijnzen.

Het is me gelukt, denk ik bij mezelf. Ik heb me helemaal de blubber gewerkt de afgelopen jaren maar het is me gelukt. Ik durf mezelf illustrator te noemen. Ik was zo enthousiast door dit gesprek dat ik de volgende dag het verhaal in geuren en kleuren aan mijn familie vertel. Stop! Want daar vloog mijn goede voornemen voor 2020 de deur uit. Tolereer geen sh*t meer! Want natuurlijk was het shit wat ik toen over me heen kreeg en mijn euforie over mijn nieuwe carrière verdween als sneeuw voor de Arizona-zon. Daar op dat moment voelde ik een draadje knappen in mijn hoofd. PANG! De euforie was weg, de vermoeidheid en de teleurstelling sloeg in alle hevigheid toe. Het zorgde voor één lange migraine aanval tussen Kerst en Oud&Nieuw.

Pas op de laatste dag van dit jaar kwam ik weer een beetje tot leven.  Net op het moment dat ik mijn ogen weer een beetje kon open houden, trilde mijn telefoon. Ik glimlach als ik de foto op het scherm zie. De verloren energie begint als een warme gouden golf door mijn lijf te stromen. De twee gebroken eindjes maken samen langzaam weer contact met elkaar maken. Als vanouds neem ik om half twee ‘s nachts de telefoon weer op. ‘Cause when I’m all choked up and I can’t find the words…’ Het is een gesprek over verknipte ouders en olijfolie, over kapotte ogen en gestolen winkelwagentjes. Het gaat ergens nergens over en toch is het niet niets. Als we elkaar wijze raad proberen te geven, schieten we in de lach. ‘You’re my other half’, zegt hij lachend, ‘what do you you think?’ Ik begrijp hem, we zijn kansloos verloren in die strijd.

Wat 2021 ook gaat brengen, ik ga door met dromen om te zetten in doelen. Verandering zit in de lucht. Ik weet zeker dat er nog heel wat gaat veranderen in 2021. Zonder al te veel goede voornemens zwart op wit neer te zetten, hoop ik dat mijn dromen dit jaar werkelijkheid worden. De boekenprijs winnen, de reis naar Schotland én naar Ierland maken maar bovenal hoop ik dat ‘the other half’ nog een beetje rond blijft hangen om mij dat duwtje in de goede richting te blijven geven naar het doel wat ik wil bereiken want ondanks alle bullshit die er over en weer gaat, is hij daar, waarschijnlijk onbewust, wel erg goed in.