In mijn ooghoek zie ik hem, als een roadrunner, van de ene kant naar de andere kant van de kamer rennen. Een enorme zwarte renspin. Ik spring op. Waar is hij gebleven? Op m’n tenen sluip ik, alsof hij me in een karategreep op de grond kan smijten, naar de keuken om een glas te pakken. Bewapend met het glas in mijn hand, wiebel ik wat aan de eettafel. Hij sprint weg. Ik gil. Ik spring. Hij verstopt zich nu weer in de andere hoek. Ha! Nu kan ik je van achter aanvallen. Supersnel zet ik het glas over z’n hoofd. Als een nascarwagentje wat aan het driften is, rent hij keihard rondjes onder het glas. Ik kruip weer op de bank en staar naar zijn absurde, haast neurotische rondjes rennend gedrag. Ergens heb ik ook wel weer medelijden met hem. Empathisch als ik ben, snap ik zijn gevoel, opgesloten in een kleine ruimte, niet vrij kunnen ademen of bewegen. ‘Stuck in a moment’  Maar dan opeens zie ik hem niet meer voorbij komen racen. Ik staar naar het tapijt rond het glas, hij zou er toch niet onder vandaan zijn gekropen. Ik kijk nog een keer goed in het glas en zie een opgerold bolletje met acht pootjes. Verrek. Hij heeft zijn situatie geaccepteerd en is in een hoekje in slaap gevallen. Gevoelsmatig wil ik eigenlijk een klein dekentje over hem heen leggen. Wat een bizarre spin. Als hij morgen wakker is, zal ik hem buiten vrijlaten in het bos, met de vraag of hij alsjeblieft niet terug wilt komen.

Als ik de lichten in de woonkamer uit heb ik gedaan, sjok ik naar de slaapkamer. Mijmerend vraag ik me af, of ik, net als die spin ook mijn situatie moet accepteren? Hoe vaak is er tegen mij gezegd: “Leer er maar mee leven” Ze kunnen het op mijn grafsteen zetten, als ik dood ben. ‘Zij, die er niet mee leerde leven, is nu dood! Wat moet ik nou met die informatie, ‘er mee leren leven’. Hoe moet ik er mee leren leven, als leven, niet meer écht leven is.

De kern van dit probleem is niet, de onbekende ziekte, die mij moe en ziek maakt. Maar het creatieve hoofd dat nog té veel wil. Gisteren schreef ik me pardoes in, voor een cursus: ‘Schrijf je eigen memoires‘ Geweldig! Altijd al willen doen. Maar ik had ook nog een cursus ‘Botanisch tekenen’ staan. Ik heb nog een kinderboek af te maken en geloof het of niet, terwijl ik zo naar de Cornische Charly keek, die lekker knus lag te slapen onder zijn glaasje, kwam er een nieuwe brain wave. Het volgende boek wordt minstens 80 pagina’s dik, met elke pagina een verhaaltje. Of worden het 366 verhaaltjes, voor elke dag één? Het wordt in ieder geval dik. Heel dik! Hardcover en dik. Een uitdaging.

Dit zijn alleen nog maar de creatieve dingen, die mijn hoofd wil maken. Daarnaast wil ik ook nog zoveel plaatsen bezoeken. Ik wil nog zoveel doen, zien, voelen, ruiken, leven maar voor alles is energie nodig. Zoals de meeste mensen hun tijd managen, moet ik mijn energie managen. Voor elk uur dat ik met iemand doorbreng, een plek bezoek of iets creatiefs doe, moet ik minstens drie uur rusten. Plat liggen zoals een telefoon aan de oplader lig. Het is om moe van te worden. Letterlijk.  Andere mensen die minder doelen nastreven, zouden prima kunnen leven met mijn onbekende ziekte. Ik niet. Ik word er ziek van. Mijn hoofd staat nooit stil.

Mijn oma zei vroeger altijd: ‘Een spin in de morgen, brengt kommer en zorgen maar een avondspin brengt zegening.’ Misschien moet ik het zien als een teken van boven, Charly in zijn glaasje. Misschien wil mijn oma zeggen: ‘Alles komt écht goed.‘ Ik proef bijna de smaak van de bonbonnetjes, die ze altijd klaar had staan als ik kwam logeren. Wat mis ik haar soms nog steeds. Misschien lees ik er te veel in en is Charly gewoon een spin die langs kwam rennen. Een verkeerde afslag. Hij verwachtte een lege caravan en wilde met zijn spinnenvriendjes een knalfuif geven. Wat het ook is, ik ga er vanavond niet meer uit komen. Charly slaapt en ik vrees dat ik hetzelfde moet gaan proberen!

PS: Wie zich afvraagt wie Charly is? Charly is het eerste kinderboek wat ik geschreven én geïllustreerd heb.

Meer informatie over Charly gaat op reis vind je achter deze link.