Zo tegen een uur of vier krijg ik al de kriebels. Ik voel dat het er aan zit te komen. Ik zou eigenlijk al moeten verzinnen hoe ik er deze avond weer mee moet om gaan en hoe ik het neer moet zetten. Na al die jaren weet ik het nog steeds niet. Net als ik denk dat ik het weet, blijk ik weer iets totaal verkeerds op tafel te hebben gezet. Rond vijf uur ga ik dan toch zuchtend aan de slag, in de hoop dat ze het nu wel willen eten.
Zoonlief heeft een zeer beperkte smaak. Kale pasta en kipnuggets en soms als ie goed gemutst is, aardappels maar groente hoeft hij niet. Bij hoge uitzondering krijg ik er een augurk of een komkommer in maar dan is hij wel in een hele hongerige bui.
Vanavond hadden dochterlief en ik lasagne gemaakt. Alweer pasta, ja, je maakt heel wat offers als je eenmaal kinderen hebt. Lasagne lusten ze allebei, dacht ik. Zoonlief dacht daar anders over. De oven zei PING, de tafel was gedekt en met ingehouden adem ging ik voorzichtig aan tafel zitten. De eerste vijf minuten ging goed. Geen ruzie, geen gekat op elkaar, er heerste een oorverdovende stilte totdat ik vroeg of zoonlief wilde beginnen aan zijn eten. Dwars gingen de armpjes over elkaar. Nee! Ik hoef dat niet! Ik lust het niet! Nog dwarser gingen mijn armpjes over elkaar. Maar je eet het wel! Er brak een vuurwerk los waarbij ze in de Gazastrook er nog een puntje aan kunnen zuigen. Dochterlief sloop stiekem naar boven terwijl ik de lasagne met een dubbele salto door de kamer zag vliegen en gracieus neer zag komen op mijn lichte tapijt die nu een bonte schakering scheen te krijgen door de tomatensaus.

Ik zucht nog maar eens diep terwijl ik nieuwe lasagne opschep. En toch eet je het op! zeg ik hem stellig. Uiteindelijk kiest hij eieren voor zijn geld. Of eigenlijk; lasagne voor het gezeur van zijn moeder. We doen allebei wat water bij de wijn, hij hoeft niet alles op te eten maar wel een gedeelte, waar we het beiden over eens zijn. Als onze heethoofden wat bekoeld zijn, leg ik hem uit dat ik het belangrijk vind dat hij eet. Hij lijkt wat achter te blijven in groei en ik maak me soms best zorgen. Ik vertel hem dat iedereen groente, fruit, vlees of vis en aardappels of pasta of rijst nodig heeft die de bouwstenen zijn om je lichaam te laten groeien. Anders gebeurt er weinig.

Hij kijkt me aan en zegt: ‘Mam, zeg dat dan gewoon! Dan eet ik toch gewoon elke dag een banaan en groente?!’ Vervolgens springt hij van tafel en gaat verder spelen, mij verbijsterd achterlatend. Als een film trekken alle creatieve oplossingen om hem groente en fruit te laten eten aan mij voorbij. Dorperwtjes zijn magische toverboontjes, eet je er 6 dan groei je zeker wel 6 mm. Zelf groente uitzoeken, voelen en ruiken in de supermarkt en samen klaarmaken. Stiekem nieuwe smaken voor z’n kieskeurige neusje zetten in de hoop dat wanneer het lekker zou ruiken, hij zeker een hapje zou proberen. Al die moeite, al die creatieve oplossingen. Het is zo simpel; zeg het gewoon.

Terwijl de woorden nog nagalmen in mijn hoofd veeg ik de lasagne van het tapijt. Wij ouders denken schijnbaar vaak te moeilijk. Dus voortaan volg ik zijn raad op en zeg ik het gewoon!

Loading