Na een ijskoude nacht, zit ik alweer vroeg aan m’n provisorische tekentafel. Het gaskacheltje snort tevreden, het zonnetje schijnt in mijn ogen en ik staar met een hete kop thee in mijn handen naar mijn werk. De koe die vannacht ook niet kon slapen is eindelijk stil. Stiekem heb ik heel wat liggen grinniken om de koe, die ook de slaap niet kon vatten. Mijn creatieve brein had er in tien minuten alweer een nieuw kinderboek van gemaakt.

Maar eerst dit boek. Ik zucht maar eens diep. Niemand die me hoort. Dolly de dikke duif kijkt vragend naar binnen. ‘Waar blijft mijn ontbijt?’ Omdat zorgen in mijn DNA zit, moet ik toch ergens voor zorgen dus ik pak de zak met zaad, waggel als een oud vrouwtje in haar ochtendjas op sloffen naar buiten en strooi wat op de ontbijtplek.

Het is nog fris buiten. Fris en vochtig. Iets wat mijn spieren en gewrichten geen goed doet. De pijn is vooral ’s nachts bijna ondragelijk. Ik ga weer terug aan tafel zitten en neem maar weer een slok van mijn thee. Dat boek. Dat boek moet nu echt een keer af zijn. Niet alleen de frustratie maar ook de wanhoop en onzekerheid slaan toe. Kan ik dit wel? Er zitten zoveel ideeën in mijn hoofd. Ik heb zoveel plannen. Zoveel nieuwe leuke dingen. Ondertussen heb ik duizend en één cursus gevolgd en duizend en twee boeken gelezen.

Als ik iets wil bereiken dan ga ik er ook helemaal voor en dit wil ik dit heel graag, daarom dat ik mezelf een week eenzame opsluiting heb gegeven in Cornwall. Nu moet het gaan gebeuren. Niemand die mij hier kan storen. Hier kan ik mijn hoofd leegmaken en flink aan de slag aan. Maar helaas, zo simpel werkt het niet. Want de rechtszaken, de problemen en de financiële crisis reizen gewoon vrolijk met mij mee.

Ik staar weer naar de onafgemaakte illustratie. Een appje van m’n moeder komt binnen: ‘Knap hoor dat je helemaal alleen daar heen rijdt en zo alleen in de caravan bent. Ik zou het niet durven.’
Ik schrijf terug dat ik het juist geweldig vind om alleen te zijn en dat ik hier ben om te werken. Een mailtje van een klant druppelt binnen. ‘Fijne vakantie daar he!’
‘Het is geen vakantie!!’ Zeg ik hardop. ‘Ik ben hier om te WERKEN!’ Waarom snapt niemand dat? Elke keer als ik een potlood op pak, doe ik dat, omdat ik iets wil bereiken. Het is geen gezellig gefröbel aan de keukentafel. Ik wil mijn dromen najagen om auteur en illustrator te worden. Ik wil het zo graag dat ik er vaak ziek van word. Ziek omdat mijn dagen langer zijn dan mijn lichaam aankan. Ziek omdat mijn hoofd uit elkaar knalt van to-do-dingen-lijstjes van wat ik allemaal nog moet doen.

Het is bijna twaalf uur als ik mijn eerste illustratie van de dag af heb. De zon heeft de dag ondertussen opgewarmd. Ik grijp mijn jas van de kapstok en ga er op uit. Mijn hoofd moet leeg! Ik neem de afslag naar st Michaels Mount. Daar waar het idee van de caravan ontstond. Ruim anderhalf uur loop ik over het strand, over het stenen pad naar st Michaels Mount en langs de kleine galerietjes. Ik voel me afwisselend een gefaalde kunstenaar en een beginnende illustrator. Leeg dat hoofd! Stop met denken, piekeren en moeilijk doen. Doe gewoon wat je kan. Volg gewoon je gevoel, dat heeft je altijd op de juiste plek gebracht.

Het zonnetje verdwijnt langzaam achter dikke stapelwolken, als ik de auto weer naast de caravan zet. Het begint langzaam te spetteren. Een rilling loopt over mijn rug. Het koelt snel af en binnen zet ik het gaskacheltje weer snel aan. Ik staar weer naar mijn tekening. Stoppen kan niet. Ik heb het geprobeerd. Er is maar één manier om hier uit te komen en dat is doorgaan. Doorgaan totdat ik mijn eerste boek gepubliceerd heb!