De volgende dag moest ik toch écht er op uit om boodschappen te doen. Tesco here I come! Ik was er in de zomer al duizend en één keer geweest. Echt. Ik weet de weg. Maar toch blijft het elke keer weer spannend. LINKS, Mireille, LINKSSS!!! Alsof ik al jaren in Engeland woon, vloog ik weer vol goeie moed over de smalle wegen en ronde rotondes. Ik kan dit gewoon! Er werd gewuifd, gezwaaid en duimen gingen omhoog, elke keer als ik wegdook op de kleine kronkelweggetjes.

Ook bij Tesco kreeg ik de ene na de andere thumbs up, waves en wuivers. Wat goed zeg, zo’n meisje alleen helemaal uit Nederland die hier bij Tesco boodschappen komt doen. Vooral de ouderen konden mij erg waarderen. Niet veel later was ik voor 25 pond klaar voor een hele week. Wat hou ik van dit land. Nu ik voorzien was van een natje en een droogje vond ik dat ik de auto wel even kon laten staan.

Zondag werd dan ook de autoloze zondag. Het was heerlijk weer en ik besloot een stuk te gaan wandelen. Wat was dat genieten. De zon scheen vrolijk en warmde mijn bleke gezicht op tot het een rode blos had. De frisse herfstwind blies vrolijk door mijn haren en ik liep daar helemaal alleen, in alle stilte te genieten van de rust. Ik kon wel janken van geluk. Ik dacht aan ex van vriendlief die op alle mogelijke manieren probeerde het land te ontvluchten. Ik snap haar niet. Waarom zou je in godesnaam hier weg zou willen.
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt. Nederland is gewoon niet mijn land. Nederland is als een kiezelsteentje in je schoen. Hoe langer het in je schoen zit, des te erger het gaat irriteren. Bij mij is dat tot een punt gekomen dat al mijn spieren al aanspannen en huilbuien omhoog borrelen, als ik alleen al denk aan terug gaan. Ik wil niet. Ik kan het niet. De constante herrie is alsof er continue naalden in mijn huid worden geprikt. Dag en nacht. Het is nooit stil. En de vriendelijkheid van de gemiddelde Nederlander is ver te zoeken. Asociaal, agressief, totaal niet tolerant. Het is besmettelijk want mijn tolerantie vermogen dat ooit bodemloos was, begint nu ook op te raken.

Terwijl ik over de landweggetjes wandel, zie ik een eekhoorn wegschieten. Een hond springt achter een muurtje vandaan en begint hard te blaffen. Ik schrik. Ik lach. Ik geniet. Een koe ligt me tevreden aan te kijken en een schaap komt nieuwsgierig kijken wat ik aan het doen ben, als ik een paar foto’s sta te maken. Hoe kan ik de mensen thuis uitleggen, hoe ik me voor het eerst in mijn leven echt gelukkig voel. Hoe ik me echt thuis voel. Dit is het puzzelstukje waar ik in pas.

Het gelukkige gevoel veranderde die avond snel toen dochterlief ’s avonds belde. Ze moest opa naar het ziekenhuis brengen. Ik schrik. Ik baal. Ik had thuis moeten zijn. Ik ben de go-to-dochter die dat soort dingen altijd doet. Een ijskoude golf van schuldgevoel overspoelt me. Dochterlief houdt me de hele avond op de hoogte. Uiteindelijk mag hij weer naar huis, hij hoeft niet te blijven. Ik haal opgelucht adem want ik had al bijna mijn koffer gepakt om terug te gaan.

Als dochterlief ophangt en ik alleen in de stilte achterblijf, komt het besef des te harder aan. Ik dacht altijd dat ik hier heen kon verhuizen zodra mijn kinderen op eigen benen zouden staan maar wat als er wat met hun gebeurt, wat als er wat met mijn ouders gebeurt. Wat als ik hier ben en zij daar? Kan ik echt alles zomaar achterlaten om mijn eigen droom na te jagen?

Niet veel later ga ik ook naar bed. In de verte hoor ik de koeien onrustig loeien. Er scharrelen wat vossen langs de caravan en er zit een verdwaalde eekhoorn op mijn dak te wiebelen. Het enige wat ik voor nu kan doen is genieten. Genieten van de stilte, genieten van de rust. Voor heel even is dat irritante steentje uit mijn schoen. Hoe de toekomst er uit ziet, weet niemand maar voor nu is het gewoon nog heel even stil.