Er rolt een appje binnen. ‘Dit roep ik al 57 jaar! Laten we dit gewoon zo houden, deze social distance.‘ Ik grinnik en ben het helemaal met hem eens! Ik weet dat het crisis is. De overvolle IC’s zijn het bewijs. Mijn hart gaat uit naar het overwerkte maar onderbetaalde zorgpersoneel. Maar oh wat geniet ik van de rust. Niet elke vijf minuten een vliegtuig, uit of naar Turkije, die bijna op mijn dak land. De vreselijk drukke weg, waar ik al 16 jaar aan woon, is stil. De avonden en nachten zijn stil. Ik hoef geen excuus meer te verzinnen om niet naar verjaardagen of feestjes te gaan. Ik hoef me niet in allerlei bochten te wringen om mensen uit mijn ‘aura’ en op afstand te houden. Het gaat nu als vanzelf. Terwijl de rest van de wereld tegen de muur opvliegt, zit ik met een glimlach thuis. Het mooiste van dit alles is, dat er iemand in mijn telefoon dat helemaal begrijpt. Social distance; laten we dit er gewoon inhouden!

Ik ben eindelijk in mijn natuurlijke habitat.’ schrijf ik terug met een lach-emoji.
Ik snap je!‘ en met die woorden gaan we allebei weer aan het werk. Twee April was het Wereldautistendag. In ‘mijn tijd’ werd je als meisje niet getest op autisme. Je was gewoon raar. Apart. Anders. Dat rare, apart en anders ben ik altijd gebleven. Wat ben ik er mee gepest. Wat ben ik door menig ‘hel-momentje’ gegaan en wat heb ik het vaak gewoon niet begrepen, dat sociale gedoe.

Het bekende lichtje ging pas branden nadat zoonlief getest werd en de uitslag unaniem doorslaggevend was: Asperger. Als ouder word je dan naar alle soorten cursussen gestuurd. Met alle lampjes die toen gingen branden, had ik in mijn uppie wereldlichtjesdag kunnen organiseren. Niet alleen voor mijzelf maar ook voor dochterlief. Want hallo, mag ik even de aandacht? Ik was dus helemaal geen slechte moeder. Ik had te maken met autistisch gedrag en een vader die voor onrust zorgde en de routines kapot sloeg waardoor er woede-uitbarstingen kwamen. Zelfs de best opgeleide psycholoog zou knettergek geworden zijn in mijn situatie. Maar ik gaf niet op. Ik ging door. In plaats dat de wereld mij een helpende hand toereikte, kreeg ik een voet in mijn gezicht die me verder in de modder duwde.

Hoe vaak ik wel niet gedacht heb: ‘Wist ik dit maar twintig jaar eerder’. Het leed dat me bespaard was gebleven. Het minderwaardigheidsgevoel dat diep geworteld in mijn systeem is blijven zitten. Ik hoor het mezelf nog zeggen als gefrustreerde achtjarige: ‘ Ik snap de wereld niet en de wereld snapt mij niet!

Ach kind, ik snap het nu. Ik snap het nu zo goed. Je bent niet minder dan anderen, je bent juist meer bijzonder dan anderen. Je bezit kwaliteiten die anderen nooit zullen hebben of begrijpen. Ze zeggen dat je nooit te oud bent, om wat nieuws te leren en dat klopt want ik heb geleerd! Ik heb geleerd mijn eigen gevoel te volgen die altijd klopt. Ik heb geleerd voor mezelf te kiezen. Het is okay om anders te zijn. Het is ook okay om niet van drukke feestjes te houden, socializen of herrie. Het zo vreselijk okay om gewoon lekker thuis in alle stilte alleen te zijn, samen met de kat op schoot.

Als ik ‘s avonds de Minister President zijn zoveelste speech zie geven, dat we er nog een maand aan vast plakken in deze corona crisis, kan ik die glimlach niet verbergen. Nog een maandje stilte, nog een maandje rust. Ik heb nog zoveel dingen te doen, dat ik me in m’n uppie echt niet zal vervelen!