Ik ben veel te vroeg wakker op deze stille zondagochtend. Buiten onder mijn raam hoor ik de hond Tooske haar dagelijkse rondje doen. Tooske luistert nooit. Zijn baasje, die hem toch los laat lopen, rent er altijd brullend achteraan. Elke ochtend. Elke avond. Al zestien jaar. Ik draai me om en probeer nog een uurtje te slapen. Het is pas half zeven. Maar slapen lukt niet meer. Honderdduizend gedachtes gaan door mijn hoofd. Het is vandaag Moederdag maar niet voor mij. Althans niet zoals de wereld Moederdag ziet. Niet in ontbijtjes op bed. Bloemen bij de koffie of speciale cadeautjes. Ik heb mijn Moederdagrechten aan de duivel verkocht, op het moment dat hun vader de deur uit liep.

Vaderdag was voor mijn kinderen, die zonder vader zijn opgegroeid, altijd moeilijk. Het verplichte zelfgemaakte cadeautje op school was het zout in de open wond. Op school snapten ze dat niet, ik moest het thuis maar oplossen. Dus ik heb afstand gedaan van Moederdag, om ze de pijn van Vaderdag te besparen. ‘Maar dat is niet eerlijk’, zeggen anderen, ‘Je doet zo veel voor ze.’ Het is voor mij elke dag Moederdag, zei ik dan sterk. Ik weet dat ze me dankbaar zijn. Echt. Dus wat is dan dat rare knagende gevoel?

Nu mijn kinderen wat ouder zijn, komen de gesprekken over vroeger meer naar boven. Over de dag dat hun vader verdween. Over mijn strijd om samen met mijn kinderen te kunnen blijven. Ook van haar hoor ik verhalen over het contact met de andere kant van haar familie wat eindelijk weer hersteld is. Ik ben blij dat ze elkaar weer gevonden hebben. Het is alleen zo jammer dat ze allebei zoveel jaar gemist hebben, vanwege een opmerking, een heleboel zwangerschapshormonen en een foute vader.

Het slapen gaat me nu echt niet meer lukken. De kat wil naar buiten en ik hoor mijn maag knorren. Ik besluit zelf mijn ontbijtje maar te maken. Terwijl ik struikelend over Kippie naar beneden sjok, schieten de beelden van de dag ervoor nog even door mijn hoofd. Enorme rijen voor de parfumerie winkel. Iedereen loopt met planten en bloemen te zeulen. Normaal heb ik er geen last van maar dit jaar voelt het toch anders. Misschien verlang ik naar een gewoon leven. Geen strijd. Niet overleven. Maar gewoon zoals anderen dat altijd hebben gehad.

Als ik niet veel later in mijn auto stap, begint, hoe ironisch, het liedje van Jennifer Nettles te spelen. ‘She holds your fear and all your worries. Help you find the truth when they’re all lying. Even when it’s hopeless, she keeps trying.’ Ik draai het volume wat omhoog. Het is misschien geen hoogstaand nummer maar de tekst grijpt me keer op keer. ‘When you fail her, when you’re afraid. Crying in the careless mess you’ve made. She’ll make you clean it up yourself. and offer you a little help. And dry your weary eyes when you let her. But she’ll look at you and know you can do better.

Ik knipper even flink met mijn ogen, haal diep adem en slik de snik weg. Dit is onzin. Ik heb altijd gezegd dat Moederdag onzin is. Opgelegd door de middenstand. Voor mij is het elke dag Moederdag. Elke keer wanneer één van mijn kinderen bij me komt met een vraag, een opmerking of iets wat ze hebben meegemaakt. Dan vullen de gaten in mijn hart zich met pure liefde voor hun. Mijn lieve zoon die eind vorige jaar zo ziek was dat ze hem bijna hadden opgegeven, boekt nu gewoon zelf een vakantie met vrienden, gaat er op uit en heeft freelance klusjes. Mijn mooie dochter die haar eendjes op een rijtje probeert te zetten en alhoewel er soms nog weleens eentje ontsnapt, blijft ze proberen. ‘Mam, als er één ding is wat ik van jou heb geleerd in al die jaren, is om nooit op te geven en dat er altijd wel een oplossing is.’ zei ze tussen neus en lippen door, net voordat ze weer de deur uitvloog. Mijn moederhart smelt. Ik knipper met mijn ogen en ineens zijn ze allebei volwassen. Wat ben ik op allebei zo trots. Ik stop deze lange melancholische gedachtestroom. Mijn mooiste cadeau kreeg ik 21 en 18 jaar geleden en daar kan geen bloemetje tegenop!

‘She’s a beacon, a harbour. A lighthouse, her armour. A promise and a blanket when it’s cold. You’ll understand it more when you get older. You’ve got each other. That’s your mother. You’ve got each other. That’s your mother’