[:nl]’Je hebt al twee weken geen blogje geschreven, mam.’ zegt zoonlief als we ons #rondjerotjeknor doen. Is het alweer zo lang geleden? Hij knikt bevestigend. De weken vliegen voorbij en blijven ademhalen is iets waar ik me bewust van moet zijn. Soms krijg ik het gevoel te stikken als er weer een deadline staat te dreutelen, als er weer iemand belt met een probleem of wanneer ik continue buiten adem achter de feiten aan loop te hollen. Onze lieve begeleidster roept dat ik niet alles in die ene week moet proppen. ‘Meid, het wordt √©cht wel januari hoor en sommige dingen kunnen echt wachten tot januari.’ Het klinkt zo simpel en eigenlijk is dat het ook. Ze heeft gelijk. Ik leg per direct wat zaken aan de kant. Ook al komt januari niet, dan was het onnodig geweest om ze in de gestreste decembermaand te proppen.

Zoon en ik zeggen nooit zoveel tijdens ons #rondjerotjeknor. Mijn gedachtes dwalen af naar de avond daarvoor. Zoonlief kwam om elf uur nog vragen of ik wakker was want hij had zijn zus aan de telefoon. Ik was al een tijdje niet meer wakker maar hij voelde zich toch genoodzaakt het even te vragen. Mompelend riep ik dat ik niet wakker was en ook niet wakker wilde worden.
‘Wat had je zus nou gister?’
‘Iets met een photoshoot en een dekje wat ze nodig had uit de schuur, of dat nog opgehaald kon worden.’
‘Om half 12 savonds?’
Hij haalt zijn schouders op en ik schud mijn hoofd. Zoon had z’n zus al vloekend en tierend weggedrukt zich afvragend of ze misschien toch echt iets te vaak op haar hoofd is gevallen. Later zullen we er om lachen maar nu ontgaat ons de grap. Het zijn echte dochter-acties waarbij je je altijd afvraagt uit welke kronkels in haar hoofd deze gedachtes vandaan komen. Her mind works in mysterious ways. Zoon is er aan gewend en kijkt er niet eens meer van op. Ik verbaas me niet eens meer maar verwonder me wel. Zoals zij zelf altijd roept: ‘Hoe dan?’

‘Dus je schrijft alles op?’ vraagt vriend die later die dag belt om bij te praten, voordat ie weer op vakantie gaat.
‘Ja hoor, ik kan je zo laten zien wat we in december 2012 hebben gedaan.’ zeg ik.
‘Je bent een bijzonder mens!’ mompelt hij. ‘Je zou een boek moeten schrijven.’ Niet dat hij het zou lezen want daar houdt ie dan weer niet van. Nog niet eens een blog waarin hij vermeld wordt. Maar dat komt misschien ook door de taalbarri√®re. Ik schiet in de lach. Hoe vaak ik dat wel niet gehoord heb maar van boeken schrijven word je niet rijk en je hebt er tijd voor nodig wat ik niet heb dus dat gaat um voorlopig nog niet worden.

Wanneer hij is aangekomen bij zijn opdrachtgever, wens ik hem een fijne vakantie en hij mij sterkte. Nog even snel wat werk afmaken om vervolgens zoonlief weer op te halen in Rotjeknor. En later, als ons lijf de stress is vergeten en we alleen nog maar de verhalen teruglezen van vroeger, pas dan kunnen we er om lachen!

[:]

Loading