Hij en ik wisten het al een tijdje, de datum van zijn eerste rij-examen. Ik had met dochterlief al genoeg ervaring opgedaan om te weten dat het verspreiden van die datum niet veel goeds brengt. Ten eerste blijft iedereen vragen of je zenuwachtig bent, of je denkt dat je gaat slagen en meer van dat soort onzinnige vragen waar je niets mee kan. Ten tweede, mocht je zakken, moet je iedereen, met lood in je schoenen, vertellen dat je gezakt bent. Beide punten liggen niet in de aard van mijn zoon (of in mijn aard) dus we hielden het geheim. We spraken er zelfs samen niet eens over.

Op die vreselijk vroege ochtend van 26 februari liep hij enigszins nerveus de deur uit. Zoals bij elke andere les riep ik enthousiast: ‘SUCCES!’ om er vooral geen extra spanning aan toe te voegen. Maar wat was het spannend! De tijd tikte, langzamer dan anders, voorbij terwijl ik nagelbijtend achter mijn beeldscherm zat.

Tot ik herkenbaar geklets op de parkeerplaats hoorde (ja, ik heb het gehoor van een grote wasmot). Ik spiek stiekem vanachter het gordijn en ik zie zoonlief, met de grootste grijns die ik tot nu toe ooit op zijn gezicht heb gezien, aan komen lopen. Ik trek de deur open en vraag de meest stomme vraag in mijn leven: ‘En? Geslaagd?’ Hij rolt met zijn ogen en knikt.

Pas nadat hij is bijgekomen van de ochtend, komt het hele verhaal eruit. Alsof de informatie even verwerkt moest worden in zijn hoofd. Over de route, de examinator, de gespreksstof, hoe hij reed en dat ie eerst dacht dat ie gezakt was maar toen toch geslaagd. Ik knal zowat uit elkaar van trots. Binnen een jaar en in één keer zijn rijbewijs gehaald!

Diezelfde middag gaan we het gelijk aanvragen op het gemeentehuis. ‘Met spoed graag.’ zeg ik tegen de mevrouw achter de balie, die me aankijkt met een gezicht alsof er weer zo’n verwend, rijkeluiskindje voor haar zat. Ik trek me er niets van aan. Ik weet hoe hard ik hiervoor heb moeten werken. De volgende dag kan hij zijn rijbewijs al ophalen. Nog een beetje onwennig stapt hij in zijn Ford Kaatje om zijn eerste rondje te gaan rijden. Vanaf dat moment is het hek van de dam. Ik hoef geen boodschapje meer te doen want ik heb mijn persoonlijke bezorgservice.

Zelfs voor mijn dagopname in het ziekenhuis kon ik nu gewoon zeggen: Zoon, jij brengt me. Dochter, jij haalt me op! Het heeft wat mogen kosten, maar dan heb je ook wat! Je eigen persoonlijke taxi- en bezorgdienst.