Select Page

Het enige wat ik hoor, is het kraken van de sneeuw onder mijn voeten. Door de ene voet voor de andere te zetten ploeter ik door de sneeuw. Af en toe vliegt er een vogel verschrikt op uit de bosjes. Ik weet niet wie er meer schrikt, hij of ik. Het is maandagochtend en ik besluit om al vroeg mijn dagelijkse wandeling te gaan maken door de sneeuw. Voordat de wereld wakker wordt en de herrie weer begint.

Het is geen geheim dat ik slecht tegen herrie kan. De ironie dat ik aan een vreselijk drukke weg woon, zie ik dan ook als opnieuw een practical joke van het universum. Maar sinds de lockdown en de avondklok kan ik mijn geluk niet op. Het is namelijk stil. Klokslag negen uur ‘s avonds valt er een absolute stilte in mijn straat, tot ‘s morgens zes uur. Ik dacht dat het niet stiller kon zijn dan dat. Totdat Blizzard Darcy aan land kwam en een enorme witte deken over het land legde.

Code rood. Blijf thuis. Niet genoeg zout. Te gevaarlijk. Het is half acht ‘s morgens als ik luister naar de geluiden buiten. Het is stil. Er is geen verkeer. Er is geen herrie. Er is alleen maar stilte. Mijn lijf ontspant en een glimlach verschijnt. Stil. Oh, wat geniet ik van deze stilte.
Na het ontbijt pak ik mezelf warm in. M’n Engelse hoed uit de charity shop in Penzance trekt de aandacht maar dat maakt me niet uit. Hij is warm en ik vind um geweldig. Buiten ontsnapt een klein wit wolkje uit mijn mond. Het is ├ęcht koud maar toch ga ik lopen. Zoals Acda en de Munnik zingen: ‘Lopen tot de zon op komt.’ De gure wind beneemt me de adem maar toch wandel ik stug door. Er is praktisch niemand op straat. Echt, ik gun jullie allemaal je vrijheid en je oude leventje, maar gunnen jullie mij dan ook mijn stilte? Want ik weet nu al dat ik dit zo enorm ga missen.

Na een flinke wandeling door het park, kom ik weer terug in mijn straatje. Het verkeer is nog steeds minimaal. Er spelen kinderen in de sneeuw die vrolijk een sneeuwpop bouwen. Ik kan niet helpen even te glimlachen, soms mis ik zo enorm de tijd dat mijn kinderen nog jong en onbezonnen waren. Het vrolijke gekwetter van de kinderen, het gelach van de moeders en vaders. De sneeuw brengt niet alleen mijn stilte maar ook even een break in de zware coronatijd. Voor heel even voelt alles niet zo zwaar, niet zo beladen. Voor heel even is het weer zoals vroeger en wordt er weer gelachen en lol gemaakt. Het beste van twee werelden, ik heb mijn stilte en jullie hebben plezier.

Ik weet het, ook hier komt weer een einde aan en sneller dan ik vermoed zal het verkeer weer door mijn straat razen, de vliegtuigen weer bijna op mijn dak landen en de herrie elke vezel van mijn lijf doen aantasten maar voor nu ben ik even stil en geniet van de witte, wollen deken en de stilte in de straat.