[:nl]Het was zo’n week waarin alles zich opstapelde, als een enorme stapel vuile afwas. Bord op bord op bord. Zo ging het ook deze week, uitdaging op uitdaging op uitdaging. Normaal blijf ik heel rustig, kalm, ik bekijk de uitdaging rustig en fix het daar waar ik kan. Maar deze week leek alles wel unfixable en toen het laatste bordje op de hoge stapel werd gezet, viel alles aan diggelen. Hoeveel kan een mens hebben, zou je denken. Hoeveel kun je alleen dragen. Ik had het druk, afspraken met dokters, therapeuten, mijn telefoon bleef rinkelen, zoonlief heen en weer taxi’en en ook nog tussendoor mijn werk doen. Mijn armen voelden dik en pijnlijk aan en de zwaartekracht was extra sterk die dag, ik liet alles steeds uit mijn handen vallen.

Zoonlief heeft het ritme gecreëerd dat wanneer hij uit school komt, hij een broodje van de AH wil halen dus elke dag rijden we rond het middag uur naar de AH om twee verse pistoletjes voor hem te halen. Wanneer ik de parkeerplaats opdraai, heeft een auto moeite met inparkeren. Ik laat maar buiten beschouwing of het een vrouw of een man was, de auto ging van de ene parkeerkom in de andere en overal scheef. Om de auto de ruimte te geven bleef ik, aan het begin van de parkeerplaats, wachten. Ik had haast maar het zou enkel stressverhogend werken en nog langer duren, als ik er ook nog eens tussen zou staan. Terwijl we rustig staan te wachten, hoor ik achter mij een ongeduldig TOET-TOEEEEET!!! waaruit ik opmaak dat hij wil dat ik doorrij want hij wil parkeren. Mijn vingers klemmen zich strak om het stuur en code rood van mijn irritatielevel is bereikt.

Wanneer het de auto voor me eindelijk is gelukt om te parkeren, schuif ik ook in een parkeerkom. Ongeduldige, toeterende Gouden Tand parkeert twee parkeerplekken verder. Waar ik normaal mijn schouders zou ophalen en naar binnen zou lopen was dit de bekende druppel. Ik krijg een waas voor m’n ogen als ik hem zie en begin met een tirade waarbij m’n zoon me aankijkt en zich afvraagt waar het vandaan komt.
Je ziet toch dat ik nergens heen kan. Je ziet toch dat daar iemand aan het inparkeren is. Je kunt toch wel even wachten?‘ terwijl ik door blijf tieren, kijkt hij me verbaasd aan.
Nou, we hebben niet allemaal de hele dag de tijd. Dat jij nou niks te doen hebt!‘ zegt hij bijtend terug.
In mijn ooghoeken zie ik zoon alvast wegduiken. Hij weet wat er gaat komen als je op dat knopje drukt.
Ik niks te doen? Hoezo denk je dat IK niks te doen heb? Omdat ik hier toevallig even snel een broodje ga halen? Maak jij daarop uit dat ik niks te doen heb? Dat ik een nietszeggend huisvrouwtje ben, dat op het salaris van haar man teert? Nou? Was dat wat je dacht?’ vraag ik hem venijnig. Vergelijk me vooral niet met een doorsnee huisvrouw. Niet dat ik iets tegen huisvrouwen heb, maar mijn leven is iets gecompliceerder dan het doorsnee huisvrouwenleven. De tirade tegen Gouden Tand gaat verder en hij wordt steeds stiller. ‘Toevallig heb ik het heel druk, echt druk, niet namaakdruk zoals jij want jij staat hier nog steeds te lanterfanten dus zo druk heb je het niet.‘ Na tien minuten ben ik uitgeraasd. De frustratie van de afgelopen weken is eruit. Als we in de rij voor de kassa staan, staat Gouden Tand nog steeds bij zijn auto niks te doen. Eén blik van mij en hij kijkt snel een andere kant op. Ook als ik naar buiten loopt, hangt ie toevallig net aan de andere kant van z’n auto. ‘Pff niks te doen, moet je kijken wie er nou niks te doen heeft. Hij staat toch niks te doen!‘ roep ik nog net te hard tegen zoonlief zodat Gouden Tand het ook hoort.
Kom nou maar, mam.’ zegt zoonlief. ‘Straks zijn de ruiten van je auto ingeslagen.
Hij moet eens durven! Dan sla ik die gouden tand uit z’n mond.‘ en grinnik om het hopeloze gezicht van Gouden Tand. Ergens heb ik wel medelijden met hem gekregen. Het was niet persoonlijk. Het was gewoon de bekende druppel of in dit geval, één toeter teveel.

Later die avond besluit ik op het laatste moment mezelf toch maar weer naar cursus te slepen. Misschien is het goed als ik even uit de shit ben. Met een pak gekleurd papier en een pretstift voor m’n snufferd, roept de docent dat we vandaag gaan scheuren. Deze therapie komt als geroepen en ik scheur me wezenloos. In gedachten scheur ik hoofden van rompen en ledematen in stukjes. Geweldig, deze scheurtherapie!
Nu gaan we met deze scheursels poppetjes maken. Gebruik de vorm en maak er alleen oogjes, armpjes en beentjes aan.’ Waarom had ik me hier ook alweer voor opgegeven? denk ik terwijl ik de scheursels op het witte vel leg. Was het niet zoiets als ‘iets voor jezelf doen’, ‘me-time’, ‘hobby-tijd en ‘sociale contacten opdoen’?  Met de gekleurde scheurseltjes maak ik een vorm, teken er wat armen en benen aan en bekijk het van een afstandje. De docent kijkt over mijn schouder mee. ‘Ja dat gaat de goeie kant op.’ zegt hij altijd enthousiast en positief. Ik schud mijn hoofd. ‘Dit lijkt meer op een porno-sinterklaas.‘ De rest van de  klas kijkt verschrikt op en ik vraag me af of ik dat daadwerkelijk hardop gezegd heb. ‘Een porno-sinterklaas?‘ herhaalt de docent nog een keer alsof ze het aan het eind van de tafel niet goed verstaan hebben. Ik besef dat vandaag blijkbaar het eerst-denken-dan-zeggen-systeem tijdelijk uitgeschakeld is in mijn hoofd. ‘Weet je wat? Als ik er zo nog een broekje bij teken dan is het meer Sinterklaas en minder porno.’ De docent weet niet wat ie hierop moet zeggen en kijkt me alleen maar vragend aan. Het was een kansloze poging om mezelf uit deze rare situatie te redden. De rest van de les ging het over de onderliggende, psychologische gedachte van Porno-Sinterklaas en mijn diepgewortelde problemen met Sinterklaas. Maar ik was er even uit. Ik was even weg van de shit, de borden, de stress. Als ik de volgende dag mijn beste vriend spreek, kan hij alleen maar lachen om mijn verhaal. ‘Het is ook nooit saai in jouw leven!‘ Dat niet, maar ik heb vandaag toch mijn eerst-denken-dan-spreken-systeem maar weer aangezet om beschamende situaties als deze te vermijden.

[:]

Loading