Het is nog donker als ik naast het bed van zoonlief zit en zijn hand vasthoud. In de verte hoor ik een oudere vrouw luid kreunen. Don’t know if it’s day or night. Am I goin’ wrong or right. I’m alone again, I’m without a friend. Stil kijk ik naar het engelengezichtje van mijn lieve zoon. Het was nog geen paar uur geleden dat ie op zijn grappige manier lag te kwebbelen dat ie wel even een vrijgezelle dokter voor me zou vinden in het ziekenhuis. Er verschijnt een magere glimlach op mijn gezicht als ik er aan terugdenk, hoe hij de verpleegster vertelde dat zijn moeder op zoek was naar een leuke dokter. Precies zoonlief, puur, altijd recht voor z’n raap, open en eerlijk. Al zo vaak heb ik gedacht waar dat luikje onder m’n voeten open kon gaan als hij bijvoorbeeld weer in al z’n onschuld vroeg of die persoon nou een meneer of een mevrouw was, want het had een snor en toch ook weer borsten.

Nu was hij stil en sliep. Don’t know if I’m still alive. Am I gonna lose my mind. will I fall again, will I stand the pain. De uren die volgen, zullen nog zwaarder worden, zoonlief zou steeds zieker worden terwijl ik aan zijn bed bleef zitten. Samen deden we elk onderzoek, de echo, de mri scan, afleiding tijdens het bloedprikken en infuus aanleggen. Wat was mijn kleine mannetje stoer. When life takes me by surprise. will I just close my eyes. will I just let it be. Nog nooit in heel mijn leven, heb ik me zo bang en machteloos gevoeld. Als een tijgermama vloog ik dokters en verpleegsters aan voor hulp en pijnstilling terwijl zoonlief het gelaten over zich heen liet komen. Hij maakte zich meer zorgen over mijn bezorgde gezicht dan over zichzelf. Na het zoveelste onderzoek werd er uiteindelijk actie ondernomen. Een geperforeerde blindedarmontsteking. Ik vloek binnensmonds. Als ze eerder naar mij hadden geluisterd was ie niet geperforeerd geweest. Maar het maakte niet meer uit. Zoonlief kreeg z’n mooie operatieschort aan en ik mijn blauwe smurfenpak. Samen gingen we naar de operatiekamer. “Tot zo, liefje. We zien elkaar weer over een uurtje he? Beloofd?!” Hij knikte zachtjes en viel in slaap.

Samen met zijn Beer zat ik alleen, in een veel te grote stille wachtkamer, te wachten met mijn ogen op de deur van de operatiekamer.¬†When life takes me by surprise. I won’t just close my eyes. I won’t just let it be. Cause I’ll be strong enough to fight. Na een uur kwam de jonge dokter naar me toe. “Mevrouw? de operatie is geslaagd. De blindedarm hebben we er toch in z’n geheel uitgehaald en hij mag morgen naar huis!” Een zacht dankjewel ontsnapte uit m’n mond en de dokter verdween. Na een half uurtje mocht ik bij hem in de uitslaapkamer. Twee armpjes reikten naar me, een knuffel, onze handen die elkaar niet loslieten. Wat was ik dankbaar en blij dat ik z’n stem weer hoorde, ook al mompelde hij wat over slangen in zijn haar.

Terug op zijn eigen kamer sliep hij urenlang terwijl ik weer naast hem zat, zijn handje in de mijne. Kijkend naar zijn engelengezichtje ben ik dankbaar dat ik straks zijn gekwebbel weer mag aanhoren, de vragen waar ik geen antwoord op heb, zodat hij weer concludeert dat ik best wel dom ben omdat ik zo weinig weet en alles moet googlen. Meekijken met Minecraft waar ik helemaal niks van begrijp en de verhalen over Call of Duty spelletjes  die ik enthousiast aanhoor maar al het spoor bijster ben na de tweede zin. Ik kan alleen maar denken: ik ben blij dat je er nog bent!

Loading