[:nl]’Wanneer schrijf je weer een nieuwe blog?‘ vraagt zoon aan het eind van een totale chaos week. Hij checkt dagelijks of er weer wat nieuws op staat en meldt terloops dat ik waarschijnlijk wel veel dagelijkse hits zal hebben vanaf dit IP-adres. Als we de statistieken bekijken, zien we dat hij niet de enige is die dagelijks even inlogt om te kijken wat er gaande is, in my blissful life of motherhood. Waar dochter ooit voor komische avonturen zorgde, moet ik het van haar kant nu enkel doen met de verhalen uit de stofzuigerbranche. Ik moet toegeven dat die niet zo uitdagend klinken als een wekelijks bezoek aan de Eerste Hulp of een bliksembezoek aan een school.

Terwijl er de hele dag al een storm om het huis waait, waait er bij haar blijkbaar ook een storm in haar hoofd. Al wekenlang zeurt ze aan m’n hoofd om bij een nieuwe liefde te gaan kijken. Een paard wel te verstaan. Dit weekend zou ik dan eindelijk met haar op pad gaan. Ik probeer te snappen hoe laat dat dan op zaterdag is. Ze appt terug dat het zondag is. Of toch zaterdag. Maar een tijd weet ze niet. Chaos. Ik bel. Zij appt. Ik app en zij belt me weer terug. Ik snap er geen biet meer van. Ondertussen heb ik nog honderdduizend andere dingen te regelen. Belangrijke dingen zoals een nieuwe school voor zoon. Formulieren die getekend moeten worden en boeken die wel of niet terug moeten. Again Chaos. Ligt het nou aan mij of is de hele wereld onduidelijk. Tot overmaat van ramp zet ik ook nog mijn oude bank op Marktplaats dat ie gratis afgehaald mag worden. Gratis. Je zou denken dat ze hier drie rijen dik voor de deur staan voor mijn geweldige ouwe bank maar nee. 89 vragen verder of ik de bank nog heb, staat de bank nog steeds opgestapeld in de keuken. De kat vindt zo’n klimparadijs in de keuken overigens geweldig. Ze heeft zicht op alles wat er wordt klaar gemaakt.

Ik snap niet hoe je alles doet.’ appt een vriend. Eerlijk gezegd weet ik het ook niet. Het enige wat ik doe is elke dag in- en uitademen. Als ik een oude docu van de KRO over ons terug vind van tien jaar geleden, vond ik toen al dat ik het druk had. Ik grinnik. ‘Meid, je weet niet wat je nog allemaal te wachten staat.‘ De jaren die daarna kwamen werden interessanter maar niet makkelijker.  Deze week zat ik in een school tegenover mijn oude school. Was het niet vorige maand dat ik daar vol goede moed de trap af liep met een diploma in mijn hand klaar om de wereld in te trekken? Welke afslag naar die wereld heb ik gemist? Gelukkig is de nieuwe school een verademing voor zowel zoon als voor mij. Als ze hem vragen stellen kijkt hij automatisch naar mij. We zijn goed op elkaar ingespeeld. Ik ben zijn spreeksvrouw en beantwoord de vragen zoals hij de antwoorden in zijn hoofd heeft. Ik stel de vragen die hij zou willen stellen en met een goed gevoel rijden we terug naar huis. In de auto komt de frustratie van de stad eruit. Elk geluid van de stad wordt perfect nagebootst. De tram, de politieauto, geroezemoes, mensenmassa’s en bouwgeluiden. ‘Hoe kunnen ze zo’n school precies dáár neerzetten?‘  zegt hij ineens. Daar heb ik dan weer geen antwoord op.

Eindelijk is het vrijdagavond en komt de chaosweek ten einde. Dochter weet nog steeds niks over de dag of de tijd. Haar hoofd tolt, appt ze. Dat was te merken. ‘Wie had dat gedacht?‘ zegt de man in de reclame. ‘Nou, IK in ieder geval niet!‘ antwoord ik hem direct zonder nadenken. Zoon kijkt me verbaasd aan en begint hilarisch te lachen. Voor heel even is de spanning gebroken. ‘Die lach staat je goed.’ denk ik bij mezelf. Ik hoop dat je dat vanaf nu weer meer gaat doen. Buiten stormt het nog steeds. Binnen zitten we allebei tevreden in onze nieuwe huiskamer wat na dertien jaar eindelijk echt op een huiskamer begint te lijken. In de keuken staat nog steeds de oude bank en mensen op marktplaats vragen nog steeds geïnteresseerd of de bank er nog staat. Voor nu is het even genoeg. Met een kopje thee en mijn schapenvachtdekentje kruip ik in het hoekje van m’n nieuwe bank. Als de kat spinnend op schoot kruipt denk ik aan een liedje van Beth Hart, ‘Life don’t treat you like it should but when it’s bad it’s still pretty good. I may be poor but I am rich on the inside.’ en adem eindelijk uit.

 [:]

Loading