‘Breakfast is served at 9!’ schijf ik naar mijn moeder op WhatsApp, als ik vraag hoe het met mijn vader gaat. ‘Behalve op zaterdag en zondagen, dan wordt het om 10 uur geserveerd.’ Ze stuurt een lachpoppetje terug. Ik doelde op de eekhoorntjes en vogeltjes die hier al enthousiast zitten te wachten, zodra mijn voeten uit bed vliegen en de koude grond raken. Ik merk dat de stress is weg gezakt. Ze zijn allebei meer ontspannen nu het ergste achter de rug is. Nu we eindelijk hier zijn voel ik hoe moe ik ben geworden door alle stress en zorgen.

Het begon al in oktober toen zoonlief ineens heel erg ziek werd en ik met spoed vanuit Engeland terug reed naar Nederland. Het was vreselijk hem zo ziek te zien, de zorgen, het zorgen en de stress waren met geen pen te beschrijven maar uiteindelijk begon hij stukje bij beetje weer op te knappen. Het ging steeds beter, een zucht van verlichting ontsnapte aan mijn vermoeide lichaam. Maar we hadden amper tijd om het energie level op te bouwen. Mijn vader werd opgenomen voor een operatie. Doordat de vrolijke zussen het altijd druk hebben, vooral met zichzelf, was ik de designated driver. Ik deed het met liefde. Op en neer naar het ziekenhuis met moeders en daarna nog een keer. Na bijna een week mocht hij naar huis. Ik vond het te snel maar de heren dokters zwaaiden ons vrolijk uit.

Ik had gelijk. Het was te snel, nog geen week later zaten we weer op de spoedeisende hulp. Weer ziekenhuisopname. Weer, met de vrolijke kerstliedjes op de radio, op en neer rijden. Tot hij na een paar dagen weer ontslagen werd. Dit is niet goed, mompelde ik nog. ‘Nee echt! Geloof ons nou maar.’ Mijn voorgevoel zei anders. Ze zwaaiden ons weer vrolijk uit.

Op zaterdagmiddag bracht ik hem thuis. Zondagmiddag kwam ik langs om te kijken hoe het met hem ging. Op woensdag zouden zoonlief en ik naar Engeland vertrekken. Als het niet goed zou gaan, zou ik thuis blijven. Ik had gelijk. Het ging niet goed. ‘Bel het ziekenhuis!’ drong ik aan. ‘Nee joh, dat doen we morgen wel. Het gaat best goed.’ zeiden ze. Maar het ging niet goed. Ik nam het telefoonnummer mee naar huis en belde zelf.

‘Breng hem maar gelijk naar de SEH!’ zei de vriendelijke verpleegster, die mijn zorg over mijn koppige ouders helemaal begreep. Dus ik haalde hem op, sleepte hem letterlijk, met de seconde zieker wordend, naar de auto en bracht hem naar de SEH. Er volgde weer een opname. Maar deze keer kwam er ook een tweede operatie en nu knapte hij echt op. Ik had er nu meer vertrouwen in dat het goed ging komen. Ik besloot nu voor mijn herstellende zoon te kiezen en alsnog naar Engeland te rijden. Daarvoor trommelde ik eerst mijn twee zeer afwezige, drukke zussen op, die meer drama veroorzaakte in 24 uur dan in de voorafgaande drie weken. Ik vond het prima. Mijn zoon leefde nog, mijn vader leefde nog en onze koffers stonden gepakt. Dikke doei en zoek het uit met je drama.

‘Alles gaat goed hier. We hebben goed geslapen. Geniet nou maar van je tijd daar en maak je niet zo druk!’ schrijft m’n moeder terug. Ondertussen zitten de eekhoorntjes te knabbelen en hupsen de vogeltjes er om heen als zoonlief met een slaperig hoofd zijn kamer uit komt strompelen. Ook hij geniet van de stilte, de regen en de eekhoorntjes. We hebben nog een paar dagen voordat we weer terug moeten naar de chaos thuis. Terwijl hij zijn Minecraft wereld verder uitbouwt op een crappy wifi, ga ik verder met mijn tweede boek. Voor nu genieten we samen enkel van de stilte en de rust.