Select Page

‘Ga nou maar naar huis, mam, ik voel me echt beter!’ zegt dochterlief met klem. Ik kijk haar onderzoekend aan. Ze ziet er ook wel wat beter uit en ze praat weer normaal. Normaal voor haar doen dan want het blijft dochterlief die vaak van de hak op de tak springt in haar verhaal. Ze kijkt me helder aan. ‘Echt! Ga naar huis, M komt ook straks thuis. Je hebt je rust nodig.’ Ik geef haar een dikke knuffel, spreek de hond en de kat streng toe dat ze zich moeten gedragen en stap niet veel later in m’n rode autootje. Het regent en het dondert. De wind schudt mijn autootje flink door elkaar zoals ik de afgelopen 36 uur flink door elkaar ben geschud. Ik voel de vermoeidheid in mijn lijf opborrelen, tegelijk met een enorme huilbui en ik ben me opnieuw bewust van de kwetsbaarheid van het leven.

Dochterlief klaagde al een tijdje over buikpijn en niet lekker voelen. Het zal de stress wel zijn. Ik weet niet of ze dat van mij heeft geleerd maar ze voelt zich altijd geroepen om de hele wereld te redden. Vriendin 1 komt met relationele problemen, vriend 2 heeft verslavingsproblemen, vriend 3 is net bedrogen, vriend 4 heeft problemen met de politie. Ze vangt alles en iedereen op, in haar eigen huisje. Er staat altijd een bed en een kop koffie klaar voor de volgende die wil komen uithuilen. ‘Zorg nou eens voor jezelf.’ blijf ik roepen. Dit gaat niet goed zo. Maar ze luistert niet want ze is druk met de wereld redden. Uiteindelijk gaat ze met de pijn toch naar de dokter. ‘Neem maar een maagtabletje.’ had de dokter gezegd. Maar dat maagtabletje werkte niet. Ze werd vermoeider, zieker en iedereen bleef haar maar belasten. Het was woensdagavond dat ik nog snel met pillen, poeders, eten en drinken naar haar toe reed. Van al die vrienden die ze geholpen had, was er niemand om haar te helpen. Ziekjes lag ze op de bank terwijl de hond en de kat door het huis sjeesden. Ik bleef even bij haar maar als snel zei ze dat ze naar bed wilde.

De volgende dag belde ze me, zoals elke dag, even op om haar dag door te nemen. Ze klonk zieker. ‘Bel de dokter!’ bleef ik roepen. Geïrriteerd riep ze dat ie toch geen tijd had en dat ze vrijdag een afspraak had. ‘Ik maak even mijn werk af en dan kom ik weer met eten en drinken.’ zei ik tegen haar. We hingen op. Ze zou proberen wat te gaan slapen. Niet veel later belde ze huilend op. ‘Mam, weet je wat ik nog meer aan de pijn kan doen?’ Mijn hart brak toen ik haar zo enorm hoorde snikken.
‘Bel NU de dokter.’
‘Ja maar die….”
‘Nu! Of ik sleep je direct naar het ziekenhuis.’
De angst om haar eigen risicio te moeten betalen van bijna 400 euro deed haar toegeven om de dokter opnieuw te bellen. Omdat onze eigen dokterspraktijk dicht was, moest ze naar de vervanger. Ze kon direct komen. Ik haalde haar direct op. De hond moest maar even in de bench. Ik schrok toen ik haar zag. Dit was niet goed. Elke hobbel die ik nam met de auto, en in Nederland zijn er heel veel hobbels, kermde ze van de pijn. De dokter nam haar klachten godzijdank serieus. Zo serieus dat hij direct het ziekenhuis belde en dingen mompelde als pancreatitis, tumor, trombose in de buikholte. Dochterlief en ik keken elkaar aan. Schrik! Uiteindelijk hing hij op en zij hij dat we met spoed naar het ziekenhuis moesten.

Met de sirene op mijn dak sjeesde ik weer terug naar Gouda. Ze werd met de seconde zieker. Ze werd aangemeld, er werd bloed afgenomen en toen begon het lange wachten. Wachten op bloeduitslagen. Wachten op uitslag van de onderzoeken. Wachten op CT scan en echo. Gelukkig kreeg ze halverwege de avond morfine voor de pijn en dat hielp. Het meest grappige van de hele avond was het gesprek tussen dochterlief die zwaar aan de morfine zat, en vriendin zoveel die zwaar aan de wiet zat.

Uiteindelijk kwam de chirurg himself binnen lopen waarvan wij dachten dat het een taxi chauffeur was die het verkeerde hokje had gekozen. Het was nog steeds onduidelijk wat het nou was. Er zat een ontsteking in de darmen maar of dat nou de dikke, de dunne of de blinde was, konden ze niet vaststellen. Ze moest blijven. De ogen van dochterlief konden niet groter worden en ze mompelde dat ze niet wilde blijven. Ze had geen keus. Ze mocht niet naar huis. De dokters waren zelf geschrokken van de enorme hoge ontstekingswaarden in haar bloed. Ze kreeg direct antibiotica via een infuus, werd door een verpleegster in een rolstoel gezet en van mij verwacht dat ik afscheid nam. ‘Morgen om half 2 is er bezoekuur!’ zei het arrogante grietje dat waarschijnlijk zelf geen kinderen heeft dus niet weet hoe moeilijk het is om je zieke kind los te laten. Ze keek me aan met een attitude die zei: ‘mevrouw ze is 20, dat loslaten had al jaren eerder moeten gebeuren.’ Ik gaf dochterlief een dikke knuffel, wenste haar sterkte en zei dat ze me de hele nacht kon appen of bellen mocht ze dat willen. Huilend van ellende rolde de verpleegster haar weg en ik stond daar verlaten in de gang, met haar jas nog in mijn hand. Maar daarmee was mijn avond nog niet voorbij want een vriend zou de hond ophalen en die naar mij brengen. Alsof ik nog niet lang genoeg gewacht had die avond, mocht ik ook nog een uurtje op die vriend wachten. Hij was niet de snelste. Iets met sleutels in het contact laten zitten en reserve sleutels. Kon er ook nog wel bij. Uiteindelijk was het 12 uur voordat ik thuis was.

Na een hele korte nacht van weinig slaap, vloog ik de volgende ochtend met hond weer naar haar huis. De kat zat nog binnen. Het huis was een chaos, doordat ze zo ziek was geweest had ze weinig meer kunnen doen dus ik stroopte mijn mouwen op, gooide hond en kat naar buiten en ging aan de slag. Terwijl het wasmachientje zachtjes stond te purren, ging ik als een soort witte tornado door het huis, zodat het binnen twee uur er weer redelijk uitzag. Ondertussen was het bijna bezoekuurtijd. Natuurlijk hadden we al de hele ochtend contact en was de kans groot dat ze naar huis mocht. Ik bracht de hond weer terug naar zoonlief en vloog weer door naar het ziekenhuis. Na een doolhof aan wandelgangen, vond ik haar eindelijk erg wakker en alert in bed. Wat een verschil met de avond ervoor.

De dokter zag het ook en niet veel later kreeg ze het goede nieuws dat ze naar huis mocht dus na alle onderzoeken, stress, slangetjes, infusen, liep ze ineens de afdeling af. Mijn hoofd kon het nog niet verwerken. ‘Heb je echt geen pijn? Geen koorts? Voel je je wel goed? Moet je niet in een rolstoel?’
‘Mam, ik wil alleen een douche!’
Ik bracht haar eerst thuis en ging daarna snel de hond ophalen. Tussendoor nam ik vlug nog wat te eten mee. Toen ik terugkwam met hond, lag ze alweer op de bank met dekentje. De reis terug was blijkbaar vermoeiend geweest. Omdat ik haar nog  niet alleen wilde laten, besloot ik te blijven tot haar vriend weer thuis zou komen. De avond viel en ik zag haar weer zieker worden. Af en toe viel ze in slaap en schrok ze weer wakker. Dit ging niet goed en ze moest van mij wéér de SEH bellen. ‘Probeer wat zoute bouillon te drinken.’ was hun advies. Raar, dacht ik maar okay we proberen het. Na de eerste beker kwam er een dikke boer uit en verscheen er weer wat kleur. Na de tweede beker zat ze ineens weer een beetje rechtop. Na de derde en vierde beker kreeg ze weer praatjes en tegen de tijd dat de vijfde en zesde beker op waren, was ze weer normaal.

‘Ga nou maar naar huis, mam, ik voel me echt beter!’
Het stormt, regent en dondert. Ik rij de donkere nacht in terwijl de tranen over mijn wangen biggelen. Ik ben de laatste 36 uur soort van sterk geweest maar nu moet ik even huilen want ineens besef je, hoe kwetsbaar je bent. Hoe je ineens van gezond naar heel ziek kunt worden. Het had die nacht alle kanten op kunnen gaan, van tumor naar blindedarm. Ik besef des te meer dat ik al heel veel shit achter de rug heb en ik kan ook heel veel shit aan maar wanneer het mijn kinderen betreft, ben ik echt kansloos verloren. Dan ben ik niet meer de sterke moeder die overeind blijf staan en roept dat het allemaal goed komt. Terwijl dochterlief zich op de bank nestelt met hond en kat, zit ik een potje te huilen in mijn kleine, rode autootje in de donkere storm langs de kant van de weg. Het moet er even uit voordat ik weer thuis ben. Want thuis zit zoonlief op mij te wachten met een kopje thee. Ik zie aan zijn gezicht dat hij zich ook zorgen heeft gemaakt. We praten heel even voordat we allebei weer naar boven gaan. Hij terug naar zijn game en ik naar bed, hopende dat, nu alles beter lijkt te gaan, ik ook iets beter zal slapen.