Select Page

‘Aaaaaargh!! Godsgloeiendteringtyfushoerenzooi. Dit doet pijn!!‘ gil ik als een klein meisje op de bank bij Tattoo Bob. De piercing-meneer kijkt me bezorgd aan. ‘Gaat het? Wil je even gaan liggen?
Ik knik. Jaja het gaat. Soort van. Zoals zoveel dingen in mijn leven, zag ik deze curve-bal even niet aankomen, een alles doordringende pijn in mijn oor omdat ik een piercing laat zetten. Niet voor de mooiigheid. Niet omdat ik in een midlife-crisis zit en zeker niet omdat ik me nog jong wil voelen. Het is een piercing wat zou moeten helpen tegen de allesvernietigende migraines die mijn oog het laatste jaar teisterden. Zo eentje wat voelt alsof er TNT achter je oogbol geplaatst is, wat daarna tot ontploffing wordt gebracht. Na de vele messen in mijn rug, een mes in mijn oog.

Een uur eerder stapte ik heel onwennig op een zaterdagavond de tattoo-zaak in. Ik ben dat soort dingen nog steeds niet verleerd. ’s Morgens wakker worden en besluiten ’s avonds een piercing te nemen. Het was druk. Iedereen keek me aan alsof ik een maagd was die een hoerenhuis binnen stapte. Nerveus legde ik aan de meneer achter de balie het hoe, wat, waarom uit. Hij stelt me gerust dat ik vandaag de vierde al ben voor een migraine-ring. De piercing wordt gelukkig in een apart kamertje gezet. Terwijl hij zijn spulletje klaar zet, vraag ik of het pijn doet.
‘Ik moest gister aan het infuus maar mijn aderen zijn blijkbaar gekruist. Het was een probleem en een hoop gepor wat niet fijn was.‘ vertel ik hem.
‘Oh maar het doet minder pijn dan een infuus.’ stelt hij me gerust. Ik slaak een zucht van verlichting. Maar nog geen minuut later krijs ik het uit. Godsallejezus wat deed dat pijn.

Wanneer ik een paar minuten later het martelkamertje weer uit kom, staat vriendlief nieuwsgierig te wachten. Ik wijs naar m’n knalrode oor en zeg alleen maar ‘AUW!’ Na de verplichte kop thee die we daar moesten drinken in verband met flauwvalgevaar, rijdt hij naar huis. We zijn allebei stil. Ik voel mijn oor bonken en de gedachtes razen als een brute herfststorm in mijn hoofd . Waarom wilde ik dit ook alweer? En zou het echt helpen?

Het was een emotionele week en dit kon er ook nog wel bij. Nog geen dag eerder lag ik ziek op bed omdat ik mijn eerste ijzerinfuus had gehad. Iets wat mijn huisarts mij al die jaren geweigerd had, waardoor ik zieker en zieker werd. ‘Je zeurt hier al zolang over.’ was letterlijk zijn reactie. ‘Zoek maar een rijke man, dan zijn al je problemen over.’ Ik werd zieker en zieker. ‘Neem nog maar een doosje staalpillen.’ Ik werd zieker en zieker. Het was alsof ik in een losgeslagen roeibootje op zee in een orkaan zat. Elke dag duizelde het om me heen, hoorde ik de scheepstoeter in mijn oren maar kon ik de weg terug naar land niet meer vinden omdat ik geen kracht meer had. Steeds vaker zat ik te happen naar lucht als een vis op het droge en sputterde mijn hart tegen omdat het zoveel harder moest gaan werken. Totdat vriendlief er klaar mee was. Hij belde een privékliniek. We konden direct komen. Na het intake gesprek met een dokter die echt luisterde, werd ik direct aan het ijzerinfuus gehangen. Ik werd gehoord. Ik werd geholpen. Ik slaakte een zucht van opluchting. Maar ook boosheid. Terwijl het ijzer mijn lichaam indruppelt, denk ik aan de afgelopen 20 jaar. Ik ben altijd ijzersterk geweest. Ik heb gevochten, gestreden en gewonnen. Ik heb mijn kinderen alleen opgevoed en mijn bedrijf zien groeien en bloeien. Alleen de prijs die ik daarvoor betaalde was hoog. Iets met continue over je grenzen heen gaan. Je lichaam wel  horen schreeuwen maar er niet aan toe kunnen geven want je móet door. ‘Het gaat wel.’ dacht ik steeds. ‘Ik moet door! Ijzersterk blijven. Later heb ik tijd genoeg om bij te komen.‘ Maar er kwam geen later, het ijzer raakte helemaal op en ik was ineens niet zo ijzersterk meer. Ineens vraag je je af waarom je altijd zo hard voor je klanten hebt gewerkt, waarom je altijd voor anderen hebt klaar gestaan. Want nu ik even niet zo ijzersterk meer ben, kijkt iedereen ineens een andere kant op. Het is bijzonder te zien hoe de mens in elkaar steekt.

Voel je je al wat beter?’ vraagt vriendlief als hij een kopje thee voor me neerzet. Ik glimlach en knik. Ondanks alle ellende en misère, prijs ik mezelf gelukkig dat hij op het juiste moment in mijn leven is gekomen. Ik geloof niet dat ik het zonder hem had gekund. Ik wil het niet eens weten. De man verdient een lintje, zoals hij voor mij zorgt, heeft nog nooit iemand voor me gezorgd. Ondertussen zakt de pijn in mijn oor alweer een beetje. Ik hap nog steeds naar lucht als een vis op het droge. Mijn spieren krijsen nog steeds van de pijn. Ik heb nog 4 infusen te gaan. Stapje voor stapje ga ik hier uitkomen en word ik hopelijk ooit een vernieuwde versie van mezelf. IJzersterk maar een stuk wijzer dan voorheen.