Select Page
St Michaels Mount

St Michaels Mount

Na een ijskoude nacht, zit ik alweer vroeg aan m’n provisorische tekentafel. Het gaskacheltje snort tevreden, het zonnetje schijnt in mijn ogen en ik staar met een hete kop thee in mijn handen naar mijn werk. De koe die vannacht ook niet kon slapen is eindelijk stil. Stiekem heb ik heel wat liggen grinniken om de koe, die ook de slaap niet kon vatten. Mijn creatieve brein had er in tien minuten alweer een nieuw kinderboek van gemaakt.

Maar eerst dit boek. Ik zucht maar eens diep. Niemand die me hoort. Dolly de dikke duif kijkt vragend naar binnen. ‘Waar blijft mijn ontbijt?’ Omdat zorgen in mijn DNA zit, moet ik toch ergens voor zorgen dus ik pak de zak met zaad, waggel als een oud vrouwtje in haar ochtendjas op sloffen naar buiten en strooi wat op de ontbijtplek.

Het is nog fris buiten. Fris en vochtig. Iets wat mijn spieren en gewrichten geen goed doet. De pijn is vooral ’s nachts bijna ondragelijk. Ik ga weer terug aan tafel zitten en neem maar weer een slok van mijn thee. Dat boek. Dat boek moet nu echt een keer af zijn. Niet alleen de frustratie maar ook de wanhoop en onzekerheid slaan toe. Kan ik dit wel? Er zitten zoveel ideeën in mijn hoofd. Ik heb zoveel plannen. Zoveel nieuwe leuke dingen. Ondertussen heb ik duizend en één cursus gevolgd en duizend en twee boeken gelezen.

Als ik iets wil bereiken dan ga ik er ook helemaal voor en dit wil ik dit heel graag, daarom dat ik mezelf een week eenzame opsluiting heb gegeven in Cornwall. Nu moet het gaan gebeuren. Niemand die mij hier kan storen. Hier kan ik mijn hoofd leegmaken en flink aan de slag aan. Maar helaas, zo simpel werkt het niet. Want de rechtszaken, de problemen en de financiële crisis reizen gewoon vrolijk met mij mee.

Ik staar weer naar de onafgemaakte illustratie. Een appje van m’n moeder komt binnen: ‘Knap hoor dat je helemaal alleen daar heen rijdt en zo alleen in de caravan bent. Ik zou het niet durven.’
Ik schrijf terug dat ik het juist geweldig vind om alleen te zijn en dat ik hier ben om te werken. Een mailtje van een klant druppelt binnen. ‘Fijne vakantie daar he!’
‘Het is geen vakantie!!’ Zeg ik hardop. ‘Ik ben hier om te WERKEN!’ Waarom snapt niemand dat? Elke keer als ik een potlood op pak, doe ik dat, omdat ik iets wil bereiken. Het is geen gezellig gefröbel aan de keukentafel. Ik wil mijn dromen najagen om auteur en illustrator te worden. Ik wil het zo graag dat ik er vaak ziek van word. Ziek omdat mijn dagen langer zijn dan mijn lichaam aankan. Ziek omdat mijn hoofd uit elkaar knalt van to-do-dingen-lijstjes van wat ik allemaal nog moet doen.

Het is bijna twaalf uur als ik mijn eerste illustratie van de dag af heb. De zon heeft de dag ondertussen opgewarmd. Ik grijp mijn jas van de kapstok en ga er op uit. Mijn hoofd moet leeg! Ik neem de afslag naar st Michaels Mount. Daar waar het idee van de caravan ontstond. Ruim anderhalf uur loop ik over het strand, over het stenen pad naar st Michaels Mount en langs de kleine galerietjes. Ik voel me afwisselend een gefaalde kunstenaar en een beginnende illustrator. Leeg dat hoofd! Stop met denken, piekeren en moeilijk doen. Doe gewoon wat je kan. Volg gewoon je gevoel, dat heeft je altijd op de juiste plek gebracht.

Het zonnetje verdwijnt langzaam achter dikke stapelwolken, als ik de auto weer naast de caravan zet. Het begint langzaam te spetteren. Een rilling loopt over mijn rug. Het koelt snel af en binnen zet ik het gaskacheltje weer snel aan. Ik staar weer naar mijn tekening. Stoppen kan niet. Ik heb het geprobeerd. Er is maar één manier om hier uit te komen en dat is doorgaan. Doorgaan totdat ik mijn eerste boek gepubliceerd heb!

Rust

Rust

De volgende dag moest ik toch écht er op uit om boodschappen te doen. Tesco here I come! Ik was er in de zomer al duizend en één keer geweest. Echt. Ik weet de weg. Maar toch blijft het elke keer weer spannend. LINKS, Mireille, LINKSSS!!! Alsof ik al jaren in Engeland woon, vloog ik weer vol goeie moed over de smalle wegen en ronde rotondes. Ik kan dit gewoon! Er werd gewuifd, gezwaaid en duimen gingen omhoog, elke keer als ik wegdook op de kleine kronkelweggetjes.

Ook bij Tesco kreeg ik de ene na de andere thumbs up, waves en wuivers. Wat goed zeg, zo’n meisje alleen helemaal uit Nederland die hier bij Tesco boodschappen komt doen. Vooral de ouderen konden mij erg waarderen. Niet veel later was ik voor 25 pond klaar voor een hele week. Wat hou ik van dit land. Nu ik voorzien was van een natje en een droogje vond ik dat ik de auto wel even kon laten staan.

Zondag werd dan ook de autoloze zondag. Het was heerlijk weer en ik besloot een stuk te gaan wandelen. Wat was dat genieten. De zon scheen vrolijk en warmde mijn bleke gezicht op tot het een rode blos had. De frisse herfstwind blies vrolijk door mijn haren en ik liep daar helemaal alleen, in alle stilte te genieten van de rust. Ik kon wel janken van geluk. Ik dacht aan ex van vriendlief die op alle mogelijke manieren probeerde het land te ontvluchten. Ik snap haar niet. Waarom zou je in godesnaam hier weg zou willen.
Ik heb er nooit een geheim van gemaakt. Nederland is gewoon niet mijn land. Nederland is als een kiezelsteentje in je schoen. Hoe langer het in je schoen zit, des te erger het gaat irriteren. Bij mij is dat tot een punt gekomen dat al mijn spieren al aanspannen en huilbuien omhoog borrelen, als ik alleen al denk aan terug gaan. Ik wil niet. Ik kan het niet. De constante herrie is alsof er continue naalden in mijn huid worden geprikt. Dag en nacht. Het is nooit stil. En de vriendelijkheid van de gemiddelde Nederlander is ver te zoeken. Asociaal, agressief, totaal niet tolerant. Het is besmettelijk want mijn tolerantie vermogen dat ooit bodemloos was, begint nu ook op te raken.

Terwijl ik over de landweggetjes wandel, zie ik een eekhoorn wegschieten. Een hond springt achter een muurtje vandaan en begint hard te blaffen. Ik schrik. Ik lach. Ik geniet. Een koe ligt me tevreden aan te kijken en een schaap komt nieuwsgierig kijken wat ik aan het doen ben, als ik een paar foto’s sta te maken. Hoe kan ik de mensen thuis uitleggen, hoe ik me voor het eerst in mijn leven echt gelukkig voel. Hoe ik me echt thuis voel. Dit is het puzzelstukje waar ik in pas.

Het gelukkige gevoel veranderde die avond snel toen dochterlief ’s avonds belde. Ze moest opa naar het ziekenhuis brengen. Ik schrik. Ik baal. Ik had thuis moeten zijn. Ik ben de go-to-dochter die dat soort dingen altijd doet. Een ijskoude golf van schuldgevoel overspoelt me. Dochterlief houdt me de hele avond op de hoogte. Uiteindelijk mag hij weer naar huis, hij hoeft niet te blijven. Ik haal opgelucht adem want ik had al bijna mijn koffer gepakt om terug te gaan.

Als dochterlief ophangt en ik alleen in de stilte achterblijf, komt het besef des te harder aan. Ik dacht altijd dat ik hier heen kon verhuizen zodra mijn kinderen op eigen benen zouden staan maar wat als er wat met hun gebeurt, wat als er wat met mijn ouders gebeurt. Wat als ik hier ben en zij daar? Kan ik echt alles zomaar achterlaten om mijn eigen droom na te jagen?

Niet veel later ga ik ook naar bed. In de verte hoor ik de koeien onrustig loeien. Er scharrelen wat vossen langs de caravan en er zit een verdwaalde eekhoorn op mijn dak te wiebelen. Het enige wat ik voor nu kan doen is genieten. Genieten van de stilte, genieten van de rust. Voor heel even is dat irritante steentje uit mijn schoen. Hoe de toekomst er uit ziet, weet niemand maar voor nu is het gewoon nog heel even stil.

Kia goes England

Kia goes England

Daar zit ik dan. Het gaskacheltje purt gezellig. De koeien hoor ik loeien en de vogeltjes zingen vrolijk. Ik neem een slok van mijn hete thee en kijk naar al mijn spullen die ik de vorige avond zo zorgvuldig heb uitgestald. Nu moet het gaan gebeuren. Hier zouden mijn geniale plannen uitgewerkt moeten gaan worden, mijn nieuwe carrière starten. Ik zucht maar eens diep en neem nog een slok.

De dag ervoor vertrok ik om vijf uur smorgens met de auto naar Frankrijk. Twee maanden geleden had ik het geniale plan om alleen naar Engeland te rijden. Tijdens de zomervakantie had ik twee weken geoefend met links rijden en ik dacht wel dat ik het kon. Naarmate de vertrekdatum naderde, begon ik hem toch wel te knijpen. Helemaal toen mensen om mij heen, mij eigenlijk gewoon voor gek verklaarden. Meer dan 1000 km in je uppie rijden. In Engeland. LINKS!!

De avond voor vertrek besloot ik gewoon even alles te blokken. Morgen is gewoon een vrijdag. Natuurlijk sliep ik geen seconde want als je mijn hoofd voor de gek wilt houden moet je van goede huizen komen, dus zat ik na een nacht van amper 4 uur dommelen, om vijf uur smorgens in de auto. Het was druk. Heel druk. Uiteindelijk kwam ik rond 8 uur aan in Frankrijk. Mijn eerste obstakel was de trein vinden. ‘Gewoon de satnav volgen.’ had vriendlief gezegd. Ja, dat heb ik dus niet gedaan. Ik heb de borden gevolgd en kwam zonder enige problemen bij de incheck. Gelukkig had ik nog tijd voor lossen en laden, een snelle plaspauze en een grote kop thee met chocolade muffin, want die had ik verdiend.

Nadat ik mijn overheerlijke kopje thee met muffin heerlijk in de trein had opgepeuzeld, reed ik daarna vrolijk van de trein af, om direct aan de goeie kant van de weg te komen. Tweede stop, Tesco voor benzine en een pizza voor vanavond. Ook dat verliep zonder problemen dus het gas kon op de plank, een uitdrukking die ik nooit echt begrepen heb.

Vanaf het moment dat ik van de trein af reed, tot aan de afslag Relubbus waren er wegwerkzaamheden en heel veel files. Het schoot niet op. Na een korte pitstop in Bristol, want ik had dat al zo vaak beloofd, vloog ik weer verder zonder te stoppen.  De twee verzamelalbums van de jaren 80 hielden me prima wakker. Ik heb heel wat voorstellingen gegeven in de auto, tot hilariteit van mijn weggebruikers. En toen….eindelijk….na 14 uur rijden, zingen, vloeken, tieren was eindelijk de afslag in zicht. Het begon al donker te worden toen ik bij de caravan aankwam en het regende nog steeds katten en honden dus ik pakte snel mijn zooi uit de auto, zette binnen het kacheltje aan en plofte op de bank. Thuis!

Smeken voor centen

Smeken voor centen

‘Hoe lang heb je nu al je eigen bedrijf? Een jaartje of 15 toch?’
’19  november besta ik 17 jaar.’ zeg ik vol trots tegen de klant, met wie ik samen aan een update van zijn website werk. Zeventien jaar, honderden klanten, ontelbare logo’s, websites en flyers. Ik heb alle soorten bedrijven langs zien komen. Van rehab tot call-girl, van olie-opruimbedrijf tot pedicure. Ik ben overal geweest en heb veel geleerd.
‘Vind het het na zo’n lange tijd nog wel leuk om te doen?’ Ik kijk gefrustreerd. Ik zeg het al maanden, het werk vind ik nog steeds geweldig. Ik vind het heerlijk om me vast te bijten in een nieuwe opdracht, een nieuw logo, een nieuw boek, een nieuwe website. ‘Het zijn de mensen.’ zeg ik tegen hem. ‘De mensen maken het plezier kapot in mijn werk.’

Door de jaren heen, ben ik tienduizenden euro’s verloren, simpel omdat mensen niet wilden betalen. Natuurlijk probeer je het eerst op een vriendelijke manier, daarna stuur je er een incasso op af, terwijl je weet dat een gerechtelijke procedure niet mogelijk is. Smeken voor centen. Zo ben ik het maar gaan noemen. Want dat is het. Als ik naar de bakker ga en om een brood vraag, zegt het meisje achter de kassa dat het dan 2,20 is. Ik mag pinnen of cash betalen, meer smaken zijn er niet. Ik kan niet de winkel uitlopen met mijn brood, voordat ik betaald heb. Als ik dat wel doe, wordt de politie gebeld en ben ik een dief. In mijn wereld gaat dat anders. Een klant komt enthousiast bij mij, wil graag een ontwerp, waar ik dan een offerte voor geef. Klant gaat akkoord en ik ga aan het werk. Klant is helemaal blij met zijn ontwerp maar minder met de kosten die er aan verbonden zijn. En echt, mijn kosten zijn al niet hoog, want terwijl de echte kenner roept dat ik mijn prijzen moet verhogen, zijn ze met de jaren juist gezakt.

Zodra de factuur op de mat valt, verdwijnt de klant naar neverneverland. Vaak sturen ze me eerst nog het smoezenboek, waarom ze ineens niet kunnen betalen om daarna gewoon helemaal niet meer te reageren. En zo trap ik er iedere keer opnieuw in. Ik vind mijn werk echt geweldig. Ik maak de wereld graag een stukje mooier en ik help mijn klant graag aan een goed ontwerp. Maar waar ik echt verdrietig van word, is dat mijn werk niet op waarde gewaardeerd wordt. Ik hou van wederzijds respect. Als ik wat voor jou doe, dan doe jij wat voor mij, in dit geval is dat dan de factuur betalen. Er waren ook klanten die de betaling zo lang mogelijk uitstelden. Maanden moest ik keer op keer vragen om de betalingen te voldoen, altijd vriendelijk en beleefd, altijd met een kluitje in het bekende riet gestuurd. Uiteindelijk begon ik net zo snel te werken als dat zij betaalden. In plaats van dezelfde dag mijn werk insturen, deed ik het na één dag of twee dagen. Met als gevolg een boze klant die vervolgens naar een andere vormgever is gestapt. Dag klant! We werkten pas zo’n 10 jaar samen.

Ik werk hard voor weinig. Ik werk vooral hard voor mijn kinderen. Toen ze jonger waren hadden ze regelmatig nieuwe schoenen en kleding nodig, hadden ze hobby’s en wilde ik niet dat ze zouden lijden onder het feit dat hun vader op vakantie was gegaan en nooit meer is terug gekomen. Nu studeren ze allebei. Dus ik werk hard. Voor hun. Elke cent die al die klanten nooit betaald hebben, is geld wat niet naar mijn kinderen kon gaan. Niet naar hun studie. Zouden ze daar ooit over hebben wakker gelegen? Ik namelijk wel! Is het zo moeilijk om gewoon je factuur te betalen als die binnenkomt? Ik doe dat namelijk ook.

Het Oud-Hollands Smeken voor Centen heeft het plezier in mijn werk kapot gemaakt. Ik heb er geen zin meer in. Ik wil dit niet meer. Ik wil anders. Dat anders broeit al een tijdje in mijn hoofd. Over ‘hoe’ en ‘wat’ weet ik nog niet. Ik weet in ieder geval wel dat alle ‘users and abusers’ geblokt staan. Welk zielig verhaal er ook verteld wordt, het antwoord is nee! In 2020 begin ik schoon en fris, want het liefst vier ik over een paar jaar toch echt nog mijn 25jarig bestaan!

Supermama to the rescue

Supermama to the rescue

‘Geen koorts? Geen pijn? Heb je al wat gegeten?’ Ik app dochterlief zaterdagochtend direct nadat ik na weer een onrustige nacht wakker word.
‘Mam, maak je niet zo’n zorgen. Alles gaat goed!’ Ik besluit het los te laten en het gewone leven weer te omarmen wat betekent dat ik als een idioot rondrace om alles weer op tijd gedaan te krijgen. Ik sjees met de stofzuiger door het huis terwijl de wasmachine hard staat te bonken. Iets met gebroken beton in de wasmachine, is mij verteld. Terwijl de hemel tranen met tuiten jankt, vlieg ik snel naar het huis van m’n ouders om de post binnen te halen en de plantjes van water te voorzien. Ik vlieg door de buien heen van de ene naar de andere supermarkt. Dit gaat lekker.
Uiteindelijk plof ik rond 4 uur op de bank met een kop thee om even op adem te komen voordat ik weer weg moet. Vriendin is verhuisd en we hadden al maanden geleden afgesproken maar door omstandigheden kwam het er maar niet van. Maar nee, nu echt!

Na een snelle hap rij ik met een alleraardigst plantenbakje, want ze haat bloemen die toch maar dood gaan, naar haar nieuwe huis. Ik geef haar een knuffel en besef dat ik haar toch wel gemist heb. Er is teveel  gebeurd. Met een kop thee op schoot, wisselen we onze verhalen uit. Over ziekenhuisopnames van kinderen tot aan ‘man’verhalen en pensioenvoorzieningen. Ineens rinkelt mijn telefoon. ‘DIT IS HET ALARM VAN DE FAMILIE VAN YPEREN’ Ik zucht. Nee he! Ik zei het gisteren nog, je zal net zien dat dat alarm ook nog eens afgaat. Ik druk 0 voor acceptatie en neem een slok  van mijn hete thee.

Vriendin kijkt me verbaasd aan. ‘Moet je niet wat doen? Politie bellen? Gaan kijken?’ Ik zeg dat ik straks wel even langs rij op weg naar huis maar voor nu vind ik het wel even best. We kletsen de avond voorbij tot het tijd wordt om naar huis te gaan. Voordat ik naar huis ga, rij ik, zoals beloofd aan mijn ouders, nog even langs. Ik parkeer mijn auto voor de deur. Alles is donker. Bij de buren is ook alles donker. Waarom is alles altijd enger in het donker. Ik zit veilig in mijn auto, moed te verzamelen om naar binnen te gaan. Maar ik schijt zeven kleuren blubber. Dochterlief komt met het geniale plan om te bellen. Als ik dan word neergeslagen, kunnen zij nog 112 bellen. Met de moed in de schoenen en het duidelijke commentaar van schoonzoon op de achtergrond, stap ik uit en loop eerst maar eens heen en weer. Ik praat hard om, wie er ook mag zijn, af te schrikken. ‘SUPERMAMA TO THE RESCUE.’ Ik zie niks. Ik geef woest een trap tegen de voordeur. Ik hoor nog steeds niks. Ik bel aan. Dochter giert het uit van het lachen. ‘Wat als er nu iemand opent doet, mam?’ Sja, wat is mijn masterplan eigenlijk. Kak, ik moet echt naar binnen maar ik durf niet. Waarom ben ik nou altijd de lul?! Er zijn nog twee dochters!

Ik neem een grote hap lucht en steek de sleutel in het slot. De deur gaat piepend open. ‘HALLO???’ roep ik keihard en bedenk me wat als er nou iemand hallo terug roept en vraagt of ik een bakkie thee wil. Ik open deuren en check alles beneden. Wat er boven ligt te slapen, laat ik gewoon slapen. Dit kost me tien jaar van mijn leven. Ik zie dat alles nog potdicht zit en vind het wel best. Ik ren naar buiten, draai de deur op slot, zet het alarm weer aan en schiet mijn auto in die ik snel op slot draai. De schoonzoon, die op de achtergrond hardop tips aan het delen was, over hoe een boef te vangen, krijgt even alle opgekropte stress over zich geen. Dat lucht op!

Uiteindelijk hangen we op en rij ik naar huis. Thuis vertel ik het verhaal in geuren en kleuren aan zoonlief en ik app mijn ouders dat ik bonuspunten verdien voor deze actie. Mijn vader antwoordt op zijn eigen liefdevolle manier: ‘Als je dit nou wat vaker doet, kun je een nieuwe carrière beginnen als bewaker.’ zich absoluut geen zorgen makend over de staat van zijn dochter.  Alleen mijn vader kan zo liefdevol reageren. De dankbaarheid druppelt door zijn berichtje heen. Mijn sarcasme overigens ook.

Ik heb het gehad met deze week. Ik hang mijn supermama-cape aan de haak en duik mijn bed in. Net wanneer ik heerlijk in dromenland lig, gaat de bel. Het is twee uur snachts en honderdduizend dingen schieten door mijn hoofd. Ik ren naar beneden, zwaai de deur open en zie een jongeman met fiets staan.
‘Kent u ook een Juliette?’ Ik knipper even met mijn ogen.
‘Ja, dat is mijn dochter?’ Ik vraag me af wat dit te betekenen heeft. Zou dit vier jaar geleden zijn gebeurd, had ik het niet eens raar gevonden. Ik vond wel vaker testosteronbommetjes in mijn tuin op zoek naar mijn knappe dochter. De jongeman die redelijk aangeschoten was gaat verder.
‘Juliette van de Putte?’
‘Ehm, nee ik denk dat iemand je een verkeerd adres heeft gegeven.’
Hij moppert, vloekt en tiert. Zijn vrienden op de achtergrond lachen en verontschuldigen zich dat ze hem zo op straat hebben gevonden.
‘Sorry, ik kan je ook niet verder helpen.’ en ik sluit de deur. Ik hoor ze nog een tiental minuten voor de deur overleggen voordat ze vertrekken. Terwijl ik weer in mijn warme bedje stap en de kat me vragend aankijkt, rol ik een laatste keer met mijn ogen, zover dat ze bijna in mijn achterhoofd blijven plakken. ‘Dit is duidelijk niet mijn week, Miller.’ mompel ik tegen de kat. Hij geeft me een kopje terug en doet z’n ogen knorrend weer dicht. Ik doe het licht uit en volg zijn plan. Een diepe zucht ontsnapt ons beiden.

Hopelijk laat de wereld me nu even met rust wat ik ben moe . Voor nu moet ook deze supermama eerst even wat slaap opdoen voordat ze weer de wereld kan redden.

Over dromen en doelen

Over dromen en doelen

Het is zondagnacht, kwart voor drie en even sta ik stil terwijl de regen zachtjes op de weg onder mij valt. Het is stil in de straat. Het is het enige uurtje van de dag of eigenlijk nacht, waarin het stil is. Geen razend verkeer dat langs rijdt, geen vliegtuigen die elke 5 minuten overvliegen, geen scooters, geen ‘doeidoeis’. Stil. Daar sta ik dan, in het licht van de lantaarn in de vallende regen. Ik heb net mijn ouders afgezet, op de plek waar ze met de bus worden opgehaald om naar het vliegveld te gaan waar ze voor twee weken naar Israël vertrekken.

Ineens voel ik de vermoeidheid als een koude deken over me heen vallen. In plaats van om twee uur snachts wakker te worden en mijn ouders om half 3 weg te brengen, werd ik al om half 12 wakker. Klaarwakker. Reuma is een echte nachtbraker. Na wat heen en weer draaien, besluit ik er maar uit te gaan. Ik word hartelijk verwelkomd door een luid spinnende kat. Hij weet van gekkigheid niet hoe hij zijn blijheid kan laten zien en duikelt stap voor stap over m’n voeten. Ik geef hem wat te eten, maak een kop thee voor mezelf en loop naar de kamer die ooit van dochterlief was. Weemoedig denk ik terug aan de tijd dat ze allebei nog klein en jong waren. Het was zwaar als alleenstaande moeder maar het was ook leuk en soms mis ik die tijd nog weleens. Ik zet mijn kop thee naast me neer. De kat nestelt zich tevreden op mijn schoot en kijkt me verliefd aan. Ik kijk naar al de tekeningen voor me op m’n tekentafel die een boek moeten gaan vormen. Het is zo’n privé project dat al jaren duurt, waar ik niet echt voor uit durf te komen maar dit jaar is het jaar. Dit jaar is het er op of er onder. Dit jaar sta ik op en zeg: Ja, ik ben Mireille en ik ben een illustrator zoals een alcoholist op staat op een AA-meeting, kom ik er eindelijk voor uit wat mijn droom was en wat mijn doel is.

Ik heb mijn bedrijf van nul opgebouwd tot nu 17 jaar later naar een goedlopend bedrijf, waarmee ik mijn gezin kon onderhouden. Ik heb mijn kinderen van nul opgevoed tot het nu, 20 jaar later, leuke volwassenen zijn geworden. Het is tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik heb ontelbare cursussen gevolgd, boeken gelezen, fouten gemaakt, vragen gesteld. Alles leidde tot dat ene moment, die ene dag waarop ik mijn eigen boek in de schappen zie liggen. Ik pak mijn potloden erbij en maak een begin aan de laatste illustratie; de cover, om twee uur later mijn ouders helemaal hyper op te halen en weg te brengen.

Ik sta nog heel even in de zacht vallende regen en geniet van de stilte. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Uit ervaring weet ik, dat binnen een half uur het verkeer weer op gang komt, de straat weer herrie maakt en het moeilijk is om de concentratie vast te houden. Maar dat ik toch, ondanks de herrie en de chaos stug door blijf werken aan mijn droom wat een doel is geworden. Tegen het eind van het jaar zullen we weten of ook dit mij gelukt is!