Select Page
Ijzersterk (maar soms even niet)

Ijzersterk (maar soms even niet)

‘Aaaaaargh!! Godsgloeiendteringtyfushoerenzooi. Dit doet pijn!!‘ gil ik als een klein meisje op de bank bij Tattoo Bob. De piercing-meneer kijkt me bezorgd aan. ‘Gaat het? Wil je even gaan liggen?
Ik knik. Jaja het gaat. Soort van. Zoals zoveel dingen in mijn leven, zag ik deze curve-bal even niet aankomen, een alles doordringende pijn in mijn oor omdat ik een piercing laat zetten. Niet voor de mooiigheid. Niet omdat ik in een midlife-crisis zit en zeker niet omdat ik me nog jong wil voelen. Het is een piercing wat zou moeten helpen tegen de allesvernietigende migraines die mijn oog het laatste jaar teisterden. Zo eentje wat voelt alsof er TNT achter je oogbol geplaatst is, wat daarna tot ontploffing wordt gebracht. Na de vele messen in mijn rug, een mes in mijn oog.

Een uur eerder stapte ik heel onwennig op een zaterdagavond de tattoo-zaak in. Ik ben dat soort dingen nog steeds niet verleerd. ’s Morgens wakker worden en besluiten ’s avonds een piercing te nemen. Het was druk. Iedereen keek me aan alsof ik een maagd was die een hoerenhuis binnen stapte. Nerveus legde ik aan de meneer achter de balie het hoe, wat, waarom uit. Hij stelt me gerust dat ik vandaag de vierde al ben voor een migraine-ring. De piercing wordt gelukkig in een apart kamertje gezet. Terwijl hij zijn spulletje klaar zet, vraag ik of het pijn doet.
‘Ik moest gister aan het infuus maar mijn aderen zijn blijkbaar gekruist. Het was een probleem en een hoop gepor wat niet fijn was.‘ vertel ik hem.
‘Oh maar het doet minder pijn dan een infuus.’ stelt hij me gerust. Ik slaak een zucht van verlichting. Maar nog geen minuut later krijs ik het uit. Godsallejezus wat deed dat pijn.

Wanneer ik een paar minuten later het martelkamertje weer uit kom, staat vriendlief nieuwsgierig te wachten. Ik wijs naar m’n knalrode oor en zeg alleen maar ‘AUW!’ Na de verplichte kop thee die we daar moesten drinken in verband met flauwvalgevaar, rijdt hij naar huis. We zijn allebei stil. Ik voel mijn oor bonken en de gedachtes razen als een brute herfststorm in mijn hoofd . Waarom wilde ik dit ook alweer? En zou het echt helpen?

Het was een emotionele week en dit kon er ook nog wel bij. Nog geen dag eerder lag ik ziek op bed omdat ik mijn eerste ijzerinfuus had gehad. Iets wat mijn huisarts mij al die jaren geweigerd had, waardoor ik zieker en zieker werd. ‘Je zeurt hier al zolang over.’ was letterlijk zijn reactie. ‘Zoek maar een rijke man, dan zijn al je problemen over.’ Ik werd zieker en zieker. ‘Neem nog maar een doosje staalpillen.’ Ik werd zieker en zieker. Het was alsof ik in een losgeslagen roeibootje op zee in een orkaan zat. Elke dag duizelde het om me heen, hoorde ik de scheepstoeter in mijn oren maar kon ik de weg terug naar land niet meer vinden omdat ik geen kracht meer had. Steeds vaker zat ik te happen naar lucht als een vis op het droge en sputterde mijn hart tegen omdat het zoveel harder moest gaan werken. Totdat vriendlief er klaar mee was. Hij belde een privékliniek. We konden direct komen. Na het intake gesprek met een dokter die echt luisterde, werd ik direct aan het ijzerinfuus gehangen. Ik werd gehoord. Ik werd geholpen. Ik slaakte een zucht van opluchting. Maar ook boosheid. Terwijl het ijzer mijn lichaam indruppelt, denk ik aan de afgelopen 20 jaar. Ik ben altijd ijzersterk geweest. Ik heb gevochten, gestreden en gewonnen. Ik heb mijn kinderen alleen opgevoed en mijn bedrijf zien groeien en bloeien. Alleen de prijs die ik daarvoor betaalde was hoog. Iets met continue over je grenzen heen gaan. Je lichaam wel  horen schreeuwen maar er niet aan toe kunnen geven want je móet door. ‘Het gaat wel.’ dacht ik steeds. ‘Ik moet door! Ijzersterk blijven. Later heb ik tijd genoeg om bij te komen.‘ Maar er kwam geen later, het ijzer raakte helemaal op en ik was ineens niet zo ijzersterk meer. Ineens vraag je je af waarom je altijd zo hard voor je klanten hebt gewerkt, waarom je altijd voor anderen hebt klaar gestaan. Want nu ik even niet zo ijzersterk meer ben, kijkt iedereen ineens een andere kant op. Het is bijzonder te zien hoe de mens in elkaar steekt.

Voel je je al wat beter?’ vraagt vriendlief als hij een kopje thee voor me neerzet. Ik glimlach en knik. Ondanks alle ellende en misère, prijs ik mezelf gelukkig dat hij op het juiste moment in mijn leven is gekomen. Ik geloof niet dat ik het zonder hem had gekund. Ik wil het niet eens weten. De man verdient een lintje, zoals hij voor mij zorgt, heeft nog nooit iemand voor me gezorgd. Ondertussen zakt de pijn in mijn oor alweer een beetje. Ik hap nog steeds naar lucht als een vis op het droge. Mijn spieren krijsen nog steeds van de pijn. Ik heb nog 4 infusen te gaan. Stapje voor stapje ga ik hier uitkomen en word ik hopelijk ooit een vernieuwde versie van mezelf. IJzersterk maar een stuk wijzer dan voorheen.

Lepeltjes

Lepeltjes

‘Waarom blog je niet zo veel meer?’

Het is een vraag die ik wel vaker krijg van mijn vaste lezers. Het antwoord er op is niet makkelijk. Jarenlang heb ik met veel plezier over mijn kinderen geschreven, mijn niet-bestaande liefdesleven of bizarre situaties in mijn werk. Wat ik vooral achterwege liet was mijn falende lichaam. In de fibro-wereld vergelijken ze het met lepeltjes. Vraag me niet waarom want waarom zou ik in mijn keukenla 100 lepels hebben? Elke dag begin je met 100 lepeltjes. De lepeltjes staan voor het energie-level wat je nog hebt voor die dag. Voor het opstaan, aankleden en ontbijten moet je al 15 lepeltjes inleveren. Werk kost bijvoorbeeld 45 lepels. Dan heb je nog het huishouden, boodschappen en je wilt je kinderen nog wat aandacht geven. Uiteindelijk is het drie uur ’s middags en ben je al door alle 100 lepeltjes heen. Maar dan staat er ineens visite op de stoep. Je hebt geen lepels meer te geven, toch zie je er niet ziek uit dus je maakt een kop thee en doet gezellig. Ondertussen ben je uitgeput. Niet moe, niet lui maar uitgeput. Al je gewrichten schreeuwen dat ze in brand staan. Alles doet pijn. Zelfs ademhalen is al te veel werk. Maar je glimlacht en hoopt dat niemand het merkt.

Honderd lepeltje dus. Vriendlief snap de hele lepel-theorie niet. Ik snap het eigenlijk ook niet. Ik word moe van het uitleggen dat ik moe ben. Was het maar moe, dat is op te lossen met een nachtje goed slapen. Dus ik heb besloten om het in telefoontaal te zeggen. Ik begin de dag met 75% energie en tegen de tijd dat het drie uur is, zit ik al in het rode stuk met nog maar 1% te gaan omdat er teveel apps zijn gebruikt. Charging is nodig.

Charging doe ik via mijn nog ietwat geheime carrière switch. Dankzij vriendlief heb ik mijn eigen studio met een heuse tekentafel, mijn favoriete materialen en heel veel ideeën die ik nog allemaal wil uitwerken. Het illustreren maakt me blij. Helemaal toen ik mijn eerste sticker verkocht op RedBubble. Ik heb mijn werk als grafisch ontwerper altijd geweldig gevonden. Ik vind het nog steeds geweldig, was het niet dat de mentaliteit van de bedrijven is veranderd. Wel kopen, niet betalen. Wat ook pijn deed was klanten te zien verdwijnen waar ik meer dan tien jaar voor had gewerkt. Zonder mededeling, zonder uitleg, zonder klacht. Gewoon weg. Zoals mijn ex-man ook ineens weg was, alhoewel dat één groot feest was toen hij vertrok. Je verliest het vertrouwen in de mensheid en juist op die momenten trek ik me terug in mijn studio. Laat me maar even. Ik ben aan het opladen en kom er na een paar uur weer vrolijk uit.

Mijn andere oplaadplek is mijn geliefde Cornwall. Wat is het heerlijk stil daar, en niet alleen omdat ik daar geen telefoonsignaal of wifi heb. Ik hoor er geen zagers, blowers, deurslaanders, vliegtuigen of geschreeuw. Terwijl ik daar in alle stilte aan een nieuwe illustratie werk, tikt ‘Fatty’ de dikke duif op het raam. ‘Heb je nog een bammetje in de aanbieding?‘ De konijntjes hoppen vrolijk door de tuin en mevrouw eekhoorn komt eens voorzichtig om het hoekje kijken. De wereld draait daar op een lager toerental wat meer in mijn ritme is.

Dus als ik weer wat stiller ben of als je me even kwijt bent, vrees niet, ik lig dan aan de oplader omdat er teveel apps open hebben gestaan, net als een veel te dure iPhone die veel te snel leeg is.

 

ps: mocht je stiekem groot fan zijn van mijn werk, verras me dan eens door een kaartje te bestellen op mijn website of één van de vele producten in mijn webshop op RedBubble.

Girls just wanna have fun

Girls just wanna have fun

Wanneer ik mijn omgeving weer soort van waarschuw, dat we weer een paar dagen naar Engeland gaan, krijg ik steevast het antwoord: oh lekker weer een paar dagen op vakantie. Fout! Wij doen niet aan vakantie. Wij doen aan samengestelde gezinsvorm voeren, in twee verschillende landen met een naderende Brexit die het nog moeilijk kan gaan maken.

Maar we laten ons niet zomaar uit het veld slaan en zo liet ik mijn zeventienjarige zoon goed verzorgd, met een volle koelkast achter, om onze twee dochters in Engeland op te pikken bij de andere vader. De reis is altijd in vijf minuten gepland. Een bootje hier, een AirBnB daar, koffertje pakken, broodjes smeren en gaan met die banaan.

De daadwerkelijke reis valt toch altijd weer tegen. Zo hadden we besloten een vroege boot te nemen wat betekende, dat om drie uur ’s nachts het wekkertje ging zodat we om zeven uur in Duinkerken waren. We kozen voor de vroege boot zodat we rond vier uur in Cornwall zouden zijn. Zouden….want bij de boot ging het al mis. Dikke, vette mist. Enorme vertragingen en ruim een uur later van de boot af rijden dan gepland. Van de dikke vette mist was niets meer te zien in het zonnige Engeland dus met een goedkope tank benzine en een goed humeur reden we verder. Dat ging prima totdat de eerste file zich aandiende. Uiteindelijk kwamen we pas rond zes uur (zeven uur Nederlandse tijd) aan in onze geweldige sta-caravan, die zo te zien, met ducktape bij elkaar gehouden werd. Het meest opwindende aan de hele caravan vond ik de plastic matrassen, terwijl vriendlief absoluut wild werd van de bingo in het clubhuis, terwijl we onze verkoolde kip wegspoelden met lauw bier.

Na een krakende nacht op de plastic matras, stonden we de volgende ochtend op tijd op de stoep bij de andere papa om de meisjes op te halen. Het eerste uur is altijd ongemakkelijk. Goddank voor de 50 ballonnen die ik had meegenomen om op te blazen voor de surpriseparty van vriendlief. Het ijs was gebroken tussen mij en de meisjes. Nog even de haren doen, want papa’s zijn daar erg slecht in, en het feest kon beginnen.

Na een snelle blik op de kleren die ze aan hadden en de schoenen die bij de deur stonden, wisten we genoeg, er moest geshopt worden. Omdat papa ook hier niet echt in z’n comfortzone zat, besloot ik dat ik voor heel even genoeg mezelf aan de zijlijn had gezet. Ik wist namelijk van dochterlief dat opdringerige stiefmoeders een big No-Go zijn dus mijn tactiek was ze langzaam te laten wennen.

Maar nu moest er geshopt worden. Dad, ga jij met de creditcard maar in de hoek staan, de meisjes gaan shoppen. Terwijl ze in eerste instantie nog wat ongemakkelijk op de prijskaartjes keken, draaide ik die vrolijk om en vroeg of ze het mooi vonden. Een grijns van oor tot oor zei genoeg. Na heel wat onveilige jaren, mochten ze gewoon weer even kind zijn en zich mooi voelen. Met mooie haren en een tas vol mooie jurken, propten we ons nog even vol bij MacDonalds voordat we dag alweer bijna voorbij was.

Ik ben nooit stiefmoeder geweest maar ik ben wel moeder. Als moeder kun je niet anders dan deze twee volledig in je hart sluiten alsof het je eigen kinderen zijn. Door alles wat ze hebben meegemaakt, is het vertrouwen bij hun ver te zoeken maar het gaat me wel lukken. Met ballonnen, chocoladetaart en mooie jurken. Want girls just wanna have fun.

 

Nieuwe start

Nieuwe start

Ondanks dat ik in de stromende regen en een dikke file sta, ben ik blij. Nog geen half uur geleden hebben dochter en ik haar ingeschreven voor een nieuwe opleiding. Toen ze acht was, riep ze al heel betweterig: ‘Mama, ik ga dit werk later ook doen maar dan op de goeie manier want hier snappen ze er niets van.‘ Ondertussen is mijn lieve dochter geen eigenwijze achtjarige meer, die mij af en toe tot waanzin kon drijven. Ze is veranderd in een mooie, jonge vrouw die al teveel van het echte leven heeft meegemaakt. Maar die negatieve ervaringen gaat ze nu juist positief gebruiken. Zoveel kinderen die in benarde situaties boos zitten te zijn. Zij snapt ze. Zij kan ze helpen. Ik heb er vertrouwen in. Zij gáát ze helpen. Ik weet het, het is pas een inschrijving. Zij moet het gaan doen. Zij moet het diploma halen maar op dit moment barst ik toch al van trots uit elkaar omdat zij nu die stap heeft genomen.

Ik denk terug aan alle azijnpissers in ons leven, die al die tijd aan de zijlijn negatief hebben staan schreeuwen. Ik geloofde er niet in en ging stug door. Zelfs tegen het advies in van alle betweterige dokters. Ik stond achter haar, naast haar, trok haar er door heen. Bleef sjorren, slepen en zeuren, tot er ineens een ommezwaai kwam. Het liedje waar ik op dat moment naar luister, klink zo herkenbaar. ‘As long as she’s alive, you’re not alone. You’ve got each other. That’s your mother. When you fail her, when you’re afraid. And crying in the careless mess you’ve made. She’ll make you clean it up yourself  and offer you a little help. And dry your weary eyes when you let her. But she’ll look at you and know you can do better. She’s your mother.

Op het moment van aanmelding kijkt ze me aan met haar grote blauwe ogen, zoals ze zo vaak heeft gedaan vanaf de dag dat ze werd geboren. Grote blauwe ogen die zeggen: ‘Mam, ik kan dit niet alleen.‘ Gelukkig hoeft dat ook niet want ik ga er gewoon tot vervelens toe mee door, net zolang tot ze daar is, waar alles op z’n plek valt. ‘She stands here to help you, there’s nothing she won’t do. As long as she’s alive , you’re not alone.’

Ronduit ruk

Ronduit ruk

Het gaat goed met het feminisme in Nederland!‘ kopt weer een krantenartikel. Mannen hebben recht op zwangerschapsverlof en er komen meer vrouwen aan de top. Dat vertaalt zich in mijn hoofd als: mannen hoeven nog minder te werken en vrouwen moeten nóg harder werken, voor nog steeds een lager salaris dan mannen, om zich te bewijzen en hun kop boven water te houden. Waar is het mis gegaan, denk ik bij mezelf. Waarom is iedereen blind voor de waarheid. Het feminisme in Nederland is ronduit ruk en ik durf dat hardop te zeggen.

Het feminisme is een maatschappelijke en politieke stroming die streeft naar dezelfde rechten en mogelijkheden voor vrouwen zoals die gelden voor mannen. Dit streven wordt ook wel de emancipatie van de vrouw genoemd. In het feminisme wordt de scheve (machts)verhouding tussen mannen en vrouwen bekritiseerd (wikipedia)

Nog geen vijf minuten geleden had ik mijn volwassen dochter snikkend aan de telefoon. Haar manager heeft haar keihard staan uitkafferen waar de halve afdeling bij was. Wat had ze gedaan? Zijn eerst geborende vermoord? Het bedrijf om zeep geholpen? De tent in de fik gezet? Nee hoor, ze had wat nutteloze informatie niet op tijd doorgegeven, wat overigens niet eens haar taak was, maar dat terzijde. Meneer de Manager is twee meter tien en heeft het stemgeluid waar een scheepshoorn nog een puntje aan kan zuigen. Mijn bloed begint te koken wanneer ik haar verhaal snikkend aanhoor. Mijn eerste reactie is om in de auto te springen en Meneer de Manager met mijn slipper om z’n oren te slaan. Hoe durft hij zo tekeer te gaan tegen een meisje wat zo hard haar best doet? Waarom schreeuw je zo tegen mijn dochter, wanneer je dat ook niet in je botte kop haalt, om dat tegen je vrouw of eigen dochter te doen? Nog geen twintig jaar geleden zat ik in dezelfde situatie waar mijn baas na een werkdag van 12 uur tegen me schreeuwde, dat vrouwen niet op de werkvloer horen maar thuis in de keuken. Ik keek om me heen maar zag geen enkele twee-keer-zoveel-verdienende mannelijke collega dit werk nog om half negen ’s avonds afmaken. ‘Van de oude stempel’, noemden ze toen die mannen nog. Maar hoe kunnen we Meneer de Manager anno Nu dan noemen? Meneer de Manager die er net een paar weken zwangerschapsverlof op heeft zitten, omdat ie negen maanden daarvoor 7 seconden lol heeft gehad? Want ja dat hebben mannen van deze tijd nodig. Zwangerschapsverlof.

Emancipatie (van het Latijnse emancipatio) is het streven naar een volwaardige plaats in de samenleving vanuit een achtergestelde positie. Dit kan via gelijkgerechtigdheid, zelfstandigheid of de formele toekenning van gelijke rechten, gelijkstelling voor de wet. (aldus Wikipedia)

Ik vraag me opnieuw af wáár het dan goed gaat met de emancipatie? Ja we hebben stemrecht, we mogen niet fulltime werken, we móeten fulltime werken want zo’n 50% van de gescheiden vaders hebben simpelweg geen zin om voor hun kroost te zorgen na die 7 seconden lol, financieel of emotioneel. Wat dat betreft zijn we er alleen maar op achteruit gegaan. We moeten fulltime werken en fulltime kinderen opvoeden. Maar dát mogen we natuurlijk niet hardop zeggen want oei oei oei…. Wanneer het dan soms toch even niet lukt, en je bij een (mannelijke) huisarts terecht komt vanwege extreme vermoeidheidsklachten, is zijn conclusie dat je zeurt. ‘Zoek maar een rijke man’, zegt hij met een ongeïnteresseerd gezicht, ‘dan zijn alle problemen over’. In feite stelt hij dus voor om mijn lijf te hoereren voor geld. Hoe valt dit in de categorie gelijke kansen?

Ik heb zijn raad niet opgevolgd maar ik vond wel pas na 15 jaar een hele lieve nieuwe man. ‘Waarom zoek je geen leuke Nederlandse man?‘ werd mij te vaak gevraagd. Omdat de klappen die ik kreeg in mijn leven, allemaal van Nederlandse mannen waren. Pas toen mijn niet-Nederlandse man hier kwam wonen, zag hij met verbazing hoe mannen hier omgaan met vrouwen, als tweederangs burgers. Hij ziet hoe ik letterlijk aan de kant geduwd word, door twee Hollandse mannen omdat ze er langs wilden. Hij ziet hoe iedereen zich direct tot hem richt terwijl hij niet eens de taal spreekt. Tot veel ongenoegen moeten ze zich dan toch uiteindelijk tot mij richten. Als ik een auto wil kopen, word ik genegeerd. Hetzelfde verhaal als ik mijn geld aan een nieuwe computer wil uitgeven. Om nog maar niet te spreken van alle ongepaste, seksuele, vernederende opmerkingen die Nederlandse mannen  kunnen maken. Ook daarin is nog niets veranderd. Want ook dochter krijgt dezelfde ongepaste, seksuele toespelingen waardoor ze zich onveilig voelt op straat en in haar vriendenkring. Allemaal onder het mom van ‘oh maar het was een grapje!’

Zie je mij lachen?

Even later staat dochter op de stoep. Ze durft niet meer naar haar werk, bang voor weer een woede-uitbarsting. Ik snap het en tegelijkertijd weet ik dat Nederland nog een lange weg heeft te gaan, zolang iedereen blijft negeren dat het helemaal ruk is in Nederland met de emancipatie.  Ik ben geen Dolle Mina, ik hoef niet het onderste uit de kan. Het enige wat ik zou willen is dat mannen zich eens achterop de kop krabben en zich afvragen hoe respectvol en geëmancipeerd zij eigenlijk zijn. Dat kunnen ze mooi doen, tijdens die wekenlange zwangerschapsverlof waar hun vrouw moet herstellen van een negen maanden zwangerschap en bevalling en hij moet herstellen van die 7 seconden lol.

Geen yin in mijn yang

Geen yin in mijn yang

Ik kijk geïnteresseerd naar het tekeningetje wat de acupuncturist in haar schriftje krabbelt. Ik zie mijn lever in het midden staan en daarom heen gaan er allemaal krabbeltjes over en weer naar andere organen en onderdelen. ‘Heb je ook last van je knieën?‘ vraagt ze ineens. ‘Dat is serieus het enige waar ik nóg geen last van heb. Maar wat niet is, kan nog komen!‘ zeg ik enthousiast. Ze schudt haar hoofd en mompelt dat ik wel een gecompliceerde case ben. Ik noemde het ‘Ziekenhuisbingo‘. De huisarts, die mij overduidelijk een zeur noemde, stuurt me van specialist naar specialist. Cardiologen, neurologen, darmologen, reumatologen. Ik streep ze allemaal af totdat ik alles gehad heb en BINGO kan roepen.

Er zit gewoon geen Yin meer in je Yang.‘ zegt ze nadat ze uitgedoodled is. Ze kijkt me serieus aan. Ik grinnik een beetje ongemakkelijk en denk gelijk aan geen ‘Schwung meer in mijn schwang’. ‘Je bent leeg. Op. Er valt geen energie meer te verplaatsen als er geen energie is.‘ Ik kijk haar aan en kan even geen grappige opmerking meer verzinnen. Ze heeft gelijk. Na 20 jaar heel hard werken en moederen, is het lichaam op. Klaar. Leeg. Na alle -ologen in het ziekenhuis, 7 verschillende soorten pillen per dag, slaat ze de spijker op de bekende kop. Stuk voor stuk beginnen organen er de brui aan te geven, bewegen gewrichten niet meer en gaan cellen in staking. Ook al is het nieuws natuurlijk helemaal ruk, ben ik blij dat er eindelijk iemand is die het gewoon ziet. Die mij ziet.

Maar we krijgen je wel weer op de been! Ik schrijf je wat kruiden voor.’ Jippie, denk ik bij mezelf, eindelijk geen chemische troep. ‘en we gaan wat naalden zetten, zodat je in ieder geval vannacht weer langer dan twee uur slaapt.‘ Ik kijk er naar uit om weer langer dan twee uur te kunnen slapen. Met de naald in mijn voorhoofd voel ik mijn ogen warm en zwaar worden. Mag ik al slapen? Niet veel later zit ik thuis slaperig naast vriendlief op de bank. Hij is sceptisch maar hoopt dat het werkt. Ik heb weleens medelijden met hem. Vanaf het moment dat ik hem leerde kennen, zit ik al in de lappenmand. Niet echt het rozewolk-gevoel dat de meeste mensen hebben wanneer ze iemand ontmoeten.

De volgende dag zit ik weer enthousiast met mijn Bingokaart in het ziekenhuis. Mijn neuroloog is toch wel mijn favoriet. Ze is altijd vrolijk en enthousiast. Vrolijk gooit ze er nog drie extra verschillende medicijnen tegenaan en laat me over een week weer terugkomen voor een nieuw onderzoekje. Afbouwen van medicijn nummer twee mag nog niet. Bummer want juist door die medicijnen krijg ik in een rap tempo de omvang van een hippo. Als ik terug naar huis rij, kan ik eigenlijk maar aan één ding denken, ik heb overduidelijk een overdosis Cornwall nodig. Daar waar het nog stil en donker is en waar de nachten niet zoveel pijn doen als hier. Daar waar mijn yang weer gevuld wordt met yin.