2020; het nieuwe decennium

2020; het nieuwe decennium

 

Waar was jij toen het afgelopen decennium begon?‘ vraag ik aan vriendlief tijdens het ontbijt. Hij moet even nadenken. Ik kan me namelijk niet echt een bijzondere jaarwisseling herinneren toen het nieuwe decennium begon. Nu lijkt het ineens een big deal te zijn. ‘Ik bedoel dus 2009 naar 2010.’ voeg ik er nog even aan toe, aangezien zijn geheugen niet de beste is. ‘Ik woonde in Canada.’ zei hij na een lange bedachtzame pauze. ‘Dus in de afgelopen tien jaar heb je in Canada gewoond, ben je na tien jaar terug verhuisd naar Engeland, getrouwd, 2 kinderen gekregen, gescheiden, tientallen keren verhuisd, je moeder begraven en naar Nederland verhuisd?‘ Hij knikt bevestigend. ‘En jij?‘ vraagt hij. ‘Wat heb jij het afgelopen decennium gedaan?‘ Ik kijk hem aan. ‘I survived!

Als ik later de ontbijtrommel weer opruim, probeer ik te bedenken waar ik was, toen het vorige decennium begon. Waarschijnlijk samen met mijn kinderen bij mijn ouders, want dat was wat we elk jaar deden. Ik besluit Facebook erop na te slaan maar zelfs mijn Facebook was nog niet echt actief in 2010. Als ik door het decennium scroll, zie ik heel veel paarden, ik mezelf mijn tienjarige zoon uitzwaaien, die voor tien dagen naar Japan gaat. Ik zie hem weer thuiskomen, om daarna drie dagen in het ziekenhuis liggen met een blindedarmontsteking en buikvliesontsteking. Dochterlief belandt vooral heel veel op de Eerste Hulp en pas in het laatste kwartaal van 2019 belandt ze ook een nacht in het ziekenhuis. Momenten waarop je zou willen dat je steun had in een partner. Ik sloeg me er alleen doorheen zoals alleen ik wist hoe ik dat moest doen. Ik worstelde, vocht, ploeterde, kwam boven en zonk even hard weer naar beneden maar kwam altijd weer boven.

Ik zie een hoop selfies die toen nog geen selfies heetten maar gewoon foto’s van onszelf bij gebrek aan een vierde persoon. We gingen op vakantie naar België, Lesbos, Australië, Engeland en Turkije, al dan niet met z’n drieën. Er kwamen nieuwe mensen op ons pad waarvan we er, gelukkig, ook weer een heleboel zijn kwijtgeraakt. Er kwam ook een oude bekende heel even terug van ‘vakantie’. Gelukkig verdween ook hij snel weer terug naar waar hij vandaan gekropen was. Het enige wat ze stuk voor stuk achterlieten was een nare herinnering en een wijze les.

We namen afscheid van onze ouwe, trouwe zwarte kat en kregen een jonge, irritante volvraat  er voor terug. Ook Willem de baardagaam heeft dit decennium niet overleefd. Ondanks dat ik geen honden- of paardenpersoon ben, kreeg ik heel veel honden te logeren en had ik keer op keer een paard in de tuin, niet in de gang. Ik zag met overdreven veel trots allebei mijn kinderen 18 worden. Ook kreeg ik er twee bonuskinderen bij.

Ondanks dat het zwaar was, als alleenstaande moeder, genoot ik zoveel van mijn kinderen als gewoon moeder. Buiten het feit dat ik ploeterde als zelfstandig ondernemer, vond en vind ik mijn werk als grafisch ontwerper geweldig. Ik realiseerde dromen. Ik kwam verder dan ik ooit verwacht had en ik was sterker dan ik ooit vermoed had. Maar het was ook het decennium waarin ik moest accepteren dat een chronische ziekte, echt chronisch is. Dat rechtszaken uit het niets kunnen ontstaan en dat verkeerde diagnoses tot veel ellende kunnen leiden.

‘Wat vliegt de tijd toch, als je achterom kijkt.‘ mompel ik tegen de kat. Ik kijk terug op 2010-2020 met de bekende lach en traan. We hebben zulke mooie momenten meegemaakt. Ik heb gelachen tot ik huilde en gehuild totdat ik uiteindelijk weer moest lachen. Ik heb gevlogen, ben neergestort en als een feniks uit de as weer herrezen om weer hoger dan hoog te vliegen. Op naar de sterren en daar voorbij. Ik heb mijn eerste boek gepubliceerd. Ik heb mijn kinderen volwassen zien worden en mijn ouders hulpbehoevend. Mijn vader hield, denkbeeldig, mijn hand vast, toen we bij de advocaat zaten voor de twee rechtszaken die gepland staan. Ik hield, denkbeeldig, mijn vaders hand vast, toen ik hem voor de zoveelste keer naar de spoedeisende hulp racete. Het leven geeft je altijd een curve ball. Net wanneer je denkt dat je het snapt, komt er een twist die je niet zag aankomen.

Tien jaar later, tien jaar ouder, tien jaar wijzer en tien kilo zwaarder. Ik heb nog een paar uur voordat de klok twaalf slaat en dit decennium niet meer is dan een herinnering. Wat zal er de komende tien jaar op ons pad komen. Wie komt erbij en wie valt er weg. Ik kan niet anders dan met beide voeten en vol goede moed het nieuwe decennium in te springen. Op goed geluk!

 

 

Breakfast is served at 9!

Breakfast is served at 9!

‘Breakfast is served at 9!’ schijf ik naar mijn moeder op WhatsApp, als ik vraag hoe het met mijn vader gaat. ‘Behalve op zaterdag en zondagen, dan wordt het om 10 uur geserveerd.’ Ze stuurt een lachpoppetje terug. Ik doelde op de eekhoorntjes en vogeltjes die hier al enthousiast zitten te wachten, zodra mijn voeten uit bed vliegen en de koude grond raken. Ik merk dat de stress is weg gezakt. Ze zijn allebei meer ontspannen nu het ergste achter de rug is. Nu we eindelijk hier zijn voel ik hoe moe ik ben geworden door alle stress en zorgen.

Het begon al in oktober toen zoonlief ineens heel erg ziek werd en ik met spoed vanuit Engeland terug reed naar Nederland. Het was vreselijk hem zo ziek te zien, de zorgen, het zorgen en de stress waren met geen pen te beschrijven maar uiteindelijk begon hij stukje bij beetje weer op te knappen. Het ging steeds beter, een zucht van verlichting ontsnapte aan mijn vermoeide lichaam. Maar we hadden amper tijd om het energie level op te bouwen. Mijn vader werd opgenomen voor een operatie. Doordat de vrolijke zussen het altijd druk hebben, vooral met zichzelf, was ik de designated driver. Ik deed het met liefde. Op en neer naar het ziekenhuis met moeders en daarna nog een keer. Na bijna een week mocht hij naar huis. Ik vond het te snel maar de heren dokters zwaaiden ons vrolijk uit.

Ik had gelijk. Het was te snel, nog geen week later zaten we weer op de spoedeisende hulp. Weer ziekenhuisopname. Weer, met de vrolijke kerstliedjes op de radio, op en neer rijden. Tot hij na een paar dagen weer ontslagen werd. Dit is niet goed, mompelde ik nog. ‘Nee echt! Geloof ons nou maar.’ Mijn voorgevoel zei anders. Ze zwaaiden ons weer vrolijk uit.

Op zaterdagmiddag bracht ik hem thuis. Zondagmiddag kwam ik langs om te kijken hoe het met hem ging. Op woensdag zouden zoonlief en ik naar Engeland vertrekken. Als het niet goed zou gaan, zou ik thuis blijven. Ik had gelijk. Het ging niet goed. ‘Bel het ziekenhuis!’ drong ik aan. ‘Nee joh, dat doen we morgen wel. Het gaat best goed.’ zeiden ze. Maar het ging niet goed. Ik nam het telefoonnummer mee naar huis en belde zelf.

‘Breng hem maar gelijk naar de SEH!’ zei de vriendelijke verpleegster, die mijn zorg over mijn koppige ouders helemaal begreep. Dus ik haalde hem op, sleepte hem letterlijk, met de seconde zieker wordend, naar de auto en bracht hem naar de SEH. Er volgde weer een opname. Maar deze keer kwam er ook een tweede operatie en nu knapte hij echt op. Ik had er nu meer vertrouwen in dat het goed ging komen. Ik besloot nu voor mijn herstellende zoon te kiezen en alsnog naar Engeland te rijden. Daarvoor trommelde ik eerst mijn twee zeer afwezige, drukke zussen op, die meer drama veroorzaakte in 24 uur dan in de voorafgaande drie weken. Ik vond het prima. Mijn zoon leefde nog, mijn vader leefde nog en onze koffers stonden gepakt. Dikke doei en zoek het uit met je drama.

‘Alles gaat goed hier. We hebben goed geslapen. Geniet nou maar van je tijd daar en maak je niet zo druk!’ schrijft m’n moeder terug. Ondertussen zitten de eekhoorntjes te knabbelen en hupsen de vogeltjes er om heen als zoonlief met een slaperig hoofd zijn kamer uit komt strompelen. Ook hij geniet van de stilte, de regen en de eekhoorntjes. We hebben nog een paar dagen voordat we weer terug moeten naar de chaos thuis. Terwijl hij zijn Minecraft wereld verder uitbouwt op een crappy wifi, ga ik verder met mijn tweede boek. Voor nu genieten we samen enkel van de stilte en de rust.

Ijzersterk (maar soms even niet)

Ijzersterk (maar soms even niet)

‘Aaaaaargh!! Godsgloeiendteringtyfushoerenzooi. Dit doet pijn!!‘ gil ik als een klein meisje op de bank bij Tattoo Bob. De piercing-meneer kijkt me bezorgd aan. ‘Gaat het? Wil je even gaan liggen?
Ik knik. Jaja het gaat. Soort van. Zoals zoveel dingen in mijn leven, zag ik deze curve-bal even niet aankomen, een alles doordringende pijn in mijn oor omdat ik een piercing laat zetten. Niet voor de mooiigheid. Niet omdat ik in een midlife-crisis zit en zeker niet omdat ik me nog jong wil voelen. Het is een piercing wat zou moeten helpen tegen de allesvernietigende migraines die mijn oog het laatste jaar teisterden. Zo eentje wat voelt alsof er TNT achter je oogbol geplaatst is, wat daarna tot ontploffing wordt gebracht. Na de vele messen in mijn rug, een mes in mijn oog.

Een uur eerder stapte ik heel onwennig op een zaterdagavond de tattoo-zaak in. Ik ben dat soort dingen nog steeds niet verleerd. ‘s Morgens wakker worden en besluiten ‘s avonds een piercing te nemen. Het was druk. Iedereen keek me aan alsof ik een maagd was die een hoerenhuis binnen stapte. Nerveus legde ik aan de meneer achter de balie het hoe, wat, waarom uit. Hij stelt me gerust dat ik vandaag de vierde al ben voor een migraine-ring. De piercing wordt gelukkig in een apart kamertje gezet. Terwijl hij zijn spulletje klaar zet, vraag ik of het pijn doet.
‘Ik moest gister aan het infuus maar mijn aderen zijn blijkbaar gekruist. Het was een probleem en een hoop gepor wat niet fijn was.‘ vertel ik hem.
‘Oh maar het doet minder pijn dan een infuus.’ stelt hij me gerust. Ik slaak een zucht van verlichting. Maar nog geen minuut later krijs ik het uit. Godsallejezus wat deed dat pijn.

Wanneer ik een paar minuten later het martelkamertje weer uit kom, staat vriendlief nieuwsgierig te wachten. Ik wijs naar m’n knalrode oor en zeg alleen maar ‘AUW!’ Na de verplichte kop thee die we daar moesten drinken in verband met flauwvalgevaar, rijdt hij naar huis. We zijn allebei stil. Ik voel mijn oor bonken en de gedachtes razen als een brute herfststorm in mijn hoofd . Waarom wilde ik dit ook alweer? En zou het echt helpen?

Het was een emotionele week en dit kon er ook nog wel bij. Nog geen dag eerder lag ik ziek op bed omdat ik mijn eerste ijzerinfuus had gehad. Iets wat mijn huisarts mij al die jaren geweigerd had, waardoor ik zieker en zieker werd. ‘Je zeurt hier al zolang over.’ was letterlijk zijn reactie. ‘Zoek maar een rijke man, dan zijn al je problemen over.’ Ik werd zieker en zieker. ‘Neem nog maar een doosje staalpillen.’ Ik werd zieker en zieker. Het was alsof ik in een losgeslagen roeibootje op zee in een orkaan zat. Elke dag duizelde het om me heen, hoorde ik de scheepstoeter in mijn oren maar kon ik de weg terug naar land niet meer vinden omdat ik geen kracht meer had. Steeds vaker zat ik te happen naar lucht als een vis op het droge en sputterde mijn hart tegen omdat het zoveel harder moest gaan werken. Totdat vriendlief er klaar mee was. Hij belde een privékliniek. We konden direct komen. Na het intake gesprek met een dokter die echt luisterde, werd ik direct aan het ijzerinfuus gehangen. Ik werd gehoord. Ik werd geholpen. Ik slaakte een zucht van opluchting. Maar ook boosheid. Terwijl het ijzer mijn lichaam indruppelt, denk ik aan de afgelopen 20 jaar. Ik ben altijd ijzersterk geweest. Ik heb gevochten, gestreden en gewonnen. Ik heb mijn kinderen alleen opgevoed en mijn bedrijf zien groeien en bloeien. Alleen de prijs die ik daarvoor betaalde was hoog. Iets met continue over je grenzen heen gaan. Je lichaam wel  horen schreeuwen maar er niet aan toe kunnen geven want je móet door. ‘Het gaat wel.’ dacht ik steeds. ‘Ik moet door! Ijzersterk blijven. Later heb ik tijd genoeg om bij te komen.‘ Maar er kwam geen later, het ijzer raakte helemaal op en ik was ineens niet zo ijzersterk meer. Ineens vraag je je af waarom je altijd zo hard voor je klanten hebt gewerkt, waarom je altijd voor anderen hebt klaar gestaan. Want nu ik even niet zo ijzersterk meer ben, kijkt iedereen ineens een andere kant op. Het is bijzonder te zien hoe de mens in elkaar steekt.

Voel je je al wat beter?’ vraagt vriendlief als hij een kopje thee voor me neerzet. Ik glimlach en knik. Ondanks alle ellende en misère, prijs ik mezelf gelukkig dat hij op het juiste moment in mijn leven is gekomen. Ik geloof niet dat ik het zonder hem had gekund. Ik wil het niet eens weten. De man verdient een lintje, zoals hij voor mij zorgt, heeft nog nooit iemand voor me gezorgd. Ondertussen zakt de pijn in mijn oor alweer een beetje. Ik hap nog steeds naar lucht als een vis op het droge. Mijn spieren krijsen nog steeds van de pijn. Ik heb nog 4 infusen te gaan. Stapje voor stapje ga ik hier uitkomen en word ik hopelijk ooit een vernieuwde versie van mezelf. IJzersterk maar een stuk wijzer dan voorheen.

Lepeltjes

Lepeltjes

‘Waarom blog je niet zo veel meer?’

Het is een vraag die ik wel vaker krijg van mijn vaste lezers. Het antwoord er op is niet makkelijk. Jarenlang heb ik met veel plezier over mijn kinderen geschreven, mijn niet-bestaande liefdesleven of bizarre situaties in mijn werk. Wat ik vooral achterwege liet was mijn falende lichaam. In de fibro-wereld vergelijken ze het met lepeltjes. Vraag me niet waarom want waarom zou ik in mijn keukenla 100 lepels hebben? Elke dag begin je met 100 lepeltjes. De lepeltjes staan voor het energie-level wat je nog hebt voor die dag. Voor het opstaan, aankleden en ontbijten moet je al 15 lepeltjes inleveren. Werk kost bijvoorbeeld 45 lepels. Dan heb je nog het huishouden, boodschappen en je wilt je kinderen nog wat aandacht geven. Uiteindelijk is het drie uur ‘s middags en ben je al door alle 100 lepeltjes heen. Maar dan staat er ineens visite op de stoep. Je hebt geen lepels meer te geven, toch zie je er niet ziek uit dus je maakt een kop thee en doet gezellig. Ondertussen ben je uitgeput. Niet moe, niet lui maar uitgeput. Al je gewrichten schreeuwen dat ze in brand staan. Alles doet pijn. Zelfs ademhalen is al te veel werk. Maar je glimlacht en hoopt dat niemand het merkt.

Honderd lepeltje dus. Vriendlief snap de hele lepel-theorie niet. Ik snap het eigenlijk ook niet. Ik word moe van het uitleggen dat ik moe ben. Was het maar moe, dat is op te lossen met een nachtje goed slapen. Dus ik heb besloten om het in telefoontaal te zeggen. Ik begin de dag met 75% energie en tegen de tijd dat het drie uur is, zit ik al in het rode stuk met nog maar 1% te gaan omdat er teveel apps zijn gebruikt. Charging is nodig.

Charging doe ik via mijn nog ietwat geheime carrière switch. Dankzij vriendlief heb ik mijn eigen studio met een heuse tekentafel, mijn favoriete materialen en heel veel ideeën die ik nog allemaal wil uitwerken. Het illustreren maakt me blij. Helemaal toen ik mijn eerste sticker verkocht op RedBubble. Ik heb mijn werk als grafisch ontwerper altijd geweldig gevonden. Ik vind het nog steeds geweldig, was het niet dat de mentaliteit van de bedrijven is veranderd. Wel kopen, niet betalen. Wat ook pijn deed was klanten te zien verdwijnen waar ik meer dan tien jaar voor had gewerkt. Zonder mededeling, zonder uitleg, zonder klacht. Gewoon weg. Zoals mijn ex-man ook ineens weg was, alhoewel dat één groot feest was toen hij vertrok. Je verliest het vertrouwen in de mensheid en juist op die momenten trek ik me terug in mijn studio. Laat me maar even. Ik ben aan het opladen en kom er na een paar uur weer vrolijk uit.

Mijn andere oplaadplek is mijn geliefde Cornwall. Wat is het heerlijk stil daar, en niet alleen omdat ik daar geen telefoonsignaal of wifi heb. Ik hoor er geen zagers, blowers, deurslaanders, vliegtuigen of geschreeuw. Terwijl ik daar in alle stilte aan een nieuwe illustratie werk, tikt ‘Fatty’ de dikke duif op het raam. ‘Heb je nog een bammetje in de aanbieding?‘ De konijntjes hoppen vrolijk door de tuin en mevrouw eekhoorn komt eens voorzichtig om het hoekje kijken. De wereld draait daar op een lager toerental wat meer in mijn ritme is.

Dus als ik weer wat stiller ben of als je me even kwijt bent, vrees niet, ik lig dan aan de oplader omdat er teveel apps open hebben gestaan, net als een veel te dure iPhone die veel te snel leeg is.

 

ps: mocht je stiekem groot fan zijn van mijn werk, verras me dan eens door een kaartje te bestellen op mijn website of één van de vele producten in mijn webshop op RedBubble.

Girls just wanna have fun

Girls just wanna have fun

Wanneer ik mijn omgeving weer soort van waarschuw, dat we weer een paar dagen naar Engeland gaan, krijg ik steevast het antwoord: oh lekker weer een paar dagen op vakantie. Fout! Wij doen niet aan vakantie. Wij doen aan samengestelde gezinsvorm voeren, in twee verschillende landen met een naderende Brexit die het nog moeilijk kan gaan maken.

Maar we laten ons niet zomaar uit het veld slaan en zo liet ik mijn zeventienjarige zoon goed verzorgd, met een volle koelkast achter, om onze twee dochters in Engeland op te pikken bij de andere vader. De reis is altijd in vijf minuten gepland. Een bootje hier, een AirBnB daar, koffertje pakken, broodjes smeren en gaan met die banaan.

De daadwerkelijke reis valt toch altijd weer tegen. Zo hadden we besloten een vroege boot te nemen wat betekende, dat om drie uur ‘s nachts het wekkertje ging zodat we om zeven uur in Duinkerken waren. We kozen voor de vroege boot zodat we rond vier uur in Cornwall zouden zijn. Zouden….want bij de boot ging het al mis. Dikke, vette mist. Enorme vertragingen en ruim een uur later van de boot af rijden dan gepland. Van de dikke vette mist was niets meer te zien in het zonnige Engeland dus met een goedkope tank benzine en een goed humeur reden we verder. Dat ging prima totdat de eerste file zich aandiende. Uiteindelijk kwamen we pas rond zes uur (zeven uur Nederlandse tijd) aan in onze geweldige sta-caravan, die zo te zien, met ducktape bij elkaar gehouden werd. Het meest opwindende aan de hele caravan vond ik de plastic matrassen, terwijl vriendlief absoluut wild werd van de bingo in het clubhuis, terwijl we onze verkoolde kip wegspoelden met lauw bier.

Na een krakende nacht op de plastic matras, stonden we de volgende ochtend op tijd op de stoep bij de andere papa om de meisjes op te halen. Het eerste uur is altijd ongemakkelijk. Goddank voor de 50 ballonnen die ik had meegenomen om op te blazen voor de surpriseparty van vriendlief. Het ijs was gebroken tussen mij en de meisjes. Nog even de haren doen, want papa’s zijn daar erg slecht in, en het feest kon beginnen.

Na een snelle blik op de kleren die ze aan hadden en de schoenen die bij de deur stonden, wisten we genoeg, er moest geshopt worden. Omdat papa ook hier niet echt in z’n comfortzone zat, besloot ik dat ik voor heel even genoeg mezelf aan de zijlijn had gezet. Ik wist namelijk van dochterlief dat opdringerige stiefmoeders een big No-Go zijn dus mijn tactiek was ze langzaam te laten wennen.

Maar nu moest er geshopt worden. Dad, ga jij met de creditcard maar in de hoek staan, de meisjes gaan shoppen. Terwijl ze in eerste instantie nog wat ongemakkelijk op de prijskaartjes keken, draaide ik die vrolijk om en vroeg of ze het mooi vonden. Een grijns van oor tot oor zei genoeg. Na heel wat onveilige jaren, mochten ze gewoon weer even kind zijn en zich mooi voelen. Met mooie haren en een tas vol mooie jurken, propten we ons nog even vol bij MacDonalds voordat we dag alweer bijna voorbij was.

Ik ben nooit stiefmoeder geweest maar ik ben wel moeder. Als moeder kun je niet anders dan deze twee volledig in je hart sluiten alsof het je eigen kinderen zijn. Door alles wat ze hebben meegemaakt, is het vertrouwen bij hun ver te zoeken maar het gaat me wel lukken. Met ballonnen, chocoladetaart en mooie jurken. Want girls just wanna have fun.

 

Nieuwe start

Nieuwe start

Ondanks dat ik in de stromende regen en een dikke file sta, ben ik blij. Nog geen half uur geleden hebben dochter en ik haar ingeschreven voor een nieuwe opleiding. Toen ze acht was, riep ze al heel betweterig: ‘Mama, ik ga dit werk later ook doen maar dan op de goeie manier want hier snappen ze er niets van.‘ Ondertussen is mijn lieve dochter geen eigenwijze achtjarige meer, die mij af en toe tot waanzin kon drijven. Ze is veranderd in een mooie, jonge vrouw die al teveel van het echte leven heeft meegemaakt. Maar die negatieve ervaringen gaat ze nu juist positief gebruiken. Zoveel kinderen die in benarde situaties boos zitten te zijn. Zij snapt ze. Zij kan ze helpen. Ik heb er vertrouwen in. Zij gáát ze helpen. Ik weet het, het is pas een inschrijving. Zij moet het gaan doen. Zij moet het diploma halen maar op dit moment barst ik toch al van trots uit elkaar omdat zij nu die stap heeft genomen.

Ik denk terug aan alle azijnpissers in ons leven, die al die tijd aan de zijlijn negatief hebben staan schreeuwen. Ik geloofde er niet in en ging stug door. Zelfs tegen het advies in van alle betweterige dokters. Ik stond achter haar, naast haar, trok haar er door heen. Bleef sjorren, slepen en zeuren, tot er ineens een ommezwaai kwam. Het liedje waar ik op dat moment naar luister, klink zo herkenbaar. ‘As long as she’s alive, you’re not alone. You’ve got each other. That’s your mother. When you fail her, when you’re afraid. And crying in the careless mess you’ve made. She’ll make you clean it up yourself  and offer you a little help. And dry your weary eyes when you let her. But she’ll look at you and know you can do better. She’s your mother.

Op het moment van aanmelding kijkt ze me aan met haar grote blauwe ogen, zoals ze zo vaak heeft gedaan vanaf de dag dat ze werd geboren. Grote blauwe ogen die zeggen: ‘Mam, ik kan dit niet alleen.‘ Gelukkig hoeft dat ook niet want ik ga er gewoon tot vervelens toe mee door, net zolang tot ze daar is, waar alles op z’n plek valt. ‘She stands here to help you, there’s nothing she won’t do. As long as she’s alive , you’re not alone.’